Malafollás

Omdat onze eigen vrienden op zijn bezoeken we inmiddels vrienden van vrienden. Of vrienden van vrienden van vrienden. Gelukkig krijgen we wat tips van de lezers van dit blog. Een daarvan is Tom die we rond lunchtijd bezoeken in Beas de Granada een dorpje vlak boven Granada. Een kort betonnen pad voert ons omhoog naar een heuveltop. We passeren olijven en wijnplanten en een flink zwembad. Bovenop staat een klein goed geïsoleerde huis. Binnen is het gezellig. Er brand een knapperig haarvuur, het ruikt er naar eten en Johny Cash klinkt uit de speakers.

Deze man is al een tijdje niet verhuisd. Her en der staan gitaren, een flinke platenkast, veel boeken en CDs. Foto’s van vrienden, planten en kunst aan de muur. Ook spot ik een oude zwarte baret met ster aan een spijker. We voelen ons gelijk welkom bij Tom. Ik laat ons 12 pack goedkoop bier nonchalant op een tafeltje achter, we gaan gelijk aan de wijn. Most noemt hij het. Zelf gemaakt van zijn eigen druiven. Het is druivensap, spontaan gegist met de gistcellen die op haar eigen schil zitten zonder verdere toevoegingen. Je kunt het een dik half jaar bewaren dus voor die tijd moet het op zijn. Jaarlijks maakt hij er een flink vat van en het is nog nooit bedorven want hij houd van het goede leven en deelt graag uit.

Tom is een jaar of tien ouder dan ik denk ik. Generatie 80’s. Hij heeft een mooi gevoel voor zelfspot en een kijk op de wereld die ons bevalt. In de jaren 90 is hij voor de liefde naar Madrid verhuisd uit New Jersey en niet meer vertrokken omdat het leven in Spanje op alle vlakken zoveel beter is. Hij zegt dat hij met zijn sarcasme, ironie en New Jersey zwarte humor goede aansluiting heeft gevonden bij de Granadino’s die bekend staan om hun sjacherijn maar je op de schouder beginnen te slaan als je er een grap over maakt. Malafollás worden ze ook wel genoemd. Iets als slechte sex hebbenden.

Tom zegt met een glimlach te genieten van het privilege enigst kind te zijn van overleden, welgestelde ouders. Iets waarin hij graag deelt. Hij heeft altijd gasten. Hij heeft in de garage onder zijn huis een gastenverblijf ingericht en ontvangt couchsurfers. Over de afgelopen jaren heeft hij er al honderden voorbij zien komen. In ruil voor klusjes in de tuin en wat aanspraak geeft hij ze eten en een lekkere plek vlak bij Granada om te hangen. Het zijn vaak jonge mensen, overal vandaan. Vandaag heeft hij, naast ons, een vrouw van een jaar of 30 uit Oekraïne over de vloer. Als ik haar vraag of ze vluchteling is zegt ze dat ze uit Kiev komt, er af en toe bommen vallen maar dat ze nog geen reden ziet om te vluchten. Ze zou dan alles wat ze nu heeft verliezen. Wel was ze even heel hard toe aan vakantie.

Tom praat graag en veel en houd de sfeer er in. Onder het genot van nog een paar wijntjes gaan Els, Tom en ik uren lang loos op de bank over hoe gestoord de wereld in elkaar zit. Oorlog, het gefuckte milieu, hoe het kan dat eenderde van de VS Amerikanen nog steeds achter een idioot als Trump aanloopt. Liefde en het leven in Spanje. Over mooie muziek en lekker eten natuurlijk en de opkomst door Corona van een maatschappij vijandige meute gebaseerd op onzinverhalen.

Hij zegt dat je, als je in een dorp woont uit moet kijken jezelf teveel mensen de mensen in te laten. Volgens hem zijn de Spanjaarden hier heel tolerant. Ze accepteren hem als de gekke Amerikaanse muzikant met de naakte mensen in zijn zwembad. Op die manier heeft hij goed contact met iedereen. Maar de locals vreten je op als je ruzie met ze maakt. Hoe hard je het ook wilt, je bent niet zoals zij. Hij vertelt ons het verhaal over een Engels stel die een buurman aansprak over de mishandeling van een hond en hoe het gele dorp zich uiteindelijk tegen hen keerde. Ze zijn vertrokken.

Tom leeft in de muziekscene van Granada. Hij is gitarist, schrijft songs en speelt de laatste jaren met Richard Dudanski. Een Engelse drummer die ooit samen met Joe Strummer in the 101ers speelde en later in PIL. Een bekende onder de punkers. Richard is legendarisch omdat hij de uitnodiging om mee te doen in de Clash afwees omdat het te gemanaged zou zijn. Zelf heeft Tom het een beetje gezien met het huidige publiek in Granada. Ze snappen geen reet van de Engelse teksten en lullen overal dwars doorheen.

Uitgebreid spreken we over hoe de sociale bewegingen aan het veranderen zijn. Over de opkomst van wokeness. Een term die hij associeert met extreem rechts vanwege het uitsluitende ervan. Liever noemt hij het PC political correctness en hij vraagt zich af of de zoektocht naar de enige juiste lijn onderdeel kan zijn van de weg naar sociale veranderingen.

We hebben net als hij moeite aansluiting te houden bij wat nieuwe generaties activisten van aan het veranderen zijn. Dat zorgt voor conflicten omdat we denken met onze jarenlange betrokkenheid en levenservaring ook nog wat te melden te hebben. Het vuur dat we stoppen in dit soort gesprekken houd ons scherp en ook al lopen we niet meer voorop het laat zien dat we er nog altijd wat om geven.

Een vriend vertelde me onlangs dat je, als je niet meer in staat bent je hersens te blijven updaten je erop kunt wachten totdat je wordt uitgespuugd. Wellicht is dit nu aan het gebeuren. In onze privileges hangen we ondertussen bij een knapperig houtvuur en ik realiseer me dat ik de juiste keuze maakte. Weg uit die leidinggevende rol. Op tijd plek maken. We zijn comfortabel geworden…

Hell! Wanneer maak ik die switch en wordt ik onderdeel van het probleem en niet meer van oplossing? Blaast er dan iemand op een fluitje? Of ben ik inmiddels ongevaarlijk geworden, zo terug getrokken tussen de geiten? Echt lang gaat dat comfortabele overigens niet meer duren vermoed ik. Tom zegt dat ie al vier keer een hartaanval heeft gehad. Het goede leven laat zijn sporen achter.

Ineens realiseren we ons dat de zon inmiddels onder is. Het is ijzig koud aan het worden hier in de bergen. We beloven elkaar nog eens te zien en gaan snel terug naar onze grot hoog boven Granada. De wijn, de goede gesprekken, Els achterop tegen me aangeplakt en de adrenaline van het vol gas rijden door de bergen in de nachtelijke mist. Heerlijk wat een dag!

Een gouwe gast trouwens die Tom. Als we hem twee weken later nog eens bezoeken heeft hij een stille bittere vrouw met een zuur lachje in zijn huis. Ze doet haar best niet racistisch te zijn maar dat lukt haar heel slecht. Ze is vertrokken uit België omdat de vluchtelingen meer ontvangen van de staat daar dan de mensen zoals zij. Nu zit ze zonder huis en zonder geld bij Tom aan tafel. Tom vraagt zich af wat hij kan doen om haar weg te krijgen. Ze heeft namelijk nog niets verkeerds gedaan.

We zijn uitgenodigd te komen lunchen met buren op onze berg. Echte Granadinos uit de lokale grot samenleving. Eindelijk zullen we ons Spaans omzetten in de werkelijkheid. Els maakt typisch Nederlands eten, Rotti. Zij brengen een teil met Amandelen, olijven en in olijfolie gerijpte jonge kaas. Ook hebben we beiden meerdere flessen wijn bij ons en zijn er dikke rode kersen in sterke drank. Het is leuk om te zien dat alles waar ze mee aankomen zelf gemaakt is door vrienden of familieleden. Iedereen maakt hier wat en deelt het uit.

Het eten en drinken is ideaal voor de gezelligheid en de tijd schiet voorbij. Ik snap ongeveer waar het over gaat, fantaseer de rest er zelf bij en gooi er af en toe wat spaan achtige woorden doorheen. De verleden tijd ken ik nog niet dus telkens als ik dat wil accentueren maak ik met mijn hand een wegwerpgebaar over mijn schouder. Els komt na ieder glas wijn beter uit haar woorden. Als het donker wordt zijn we allen erg enthousiast en als ik gaap maakt iemand een opmerking over moe zijn en dat daar wel wat op gevonden kan worden. Over wat er daarna gebeurde heb ik geen actieve herinnering.

Wat ik wel nog weet is dat iedereen steeds sneller en harder begon te praten, Els ging kettingroken en dat ik er echt geen reet meer van kon verstaan. In plaats daarvan schonk ik iedereen nog maar eens bij en liep een beetje van persoon naar persoon. Dat we die avond Esther uit Amsterdam niet meer konden ophalen van het busstation was natuurlijk niet zo aardig. Esther deed gelukkig of ze het wel grappig vond allemaal.

Telkens als we met de bus of motor de stad verlaten zien we in de verte een prachtige ruïne staan. Het is een grote witte boerderij. Best wel oud denken we. Het staat een paar honderd meter van de weg op de rand van een heuvel en op de achtergrond zien we de witte toppen van de Sierra Nevada. Heel vet!

Steeds meer beginnen we te dromen over deze geweldige plek. Het is vlak bij de stad en groot, ideaal om veel gasten te ontvangen. Een bar, een restaurant, plek voor bussen, kamers voor studenten of artiesten, een festival, Yeah! Martijn heeft ons er nog zo gewaarschuwd, koop geen ruïne! Je werkt je er dood en het is pas lekker warm als je een oud vrouwtje de hele dag de kachel laat opstoken. Na vier weken dromen houden we het niet meer en gaan we op onderzoek uit.

Het valt niet mee een goede route te vinden omdat het gebouw is opgeslokt door een enorme olijvenplantgage. Telkens als we een ingang zien is er een ketting over de weg. Els weet me uiteindelijk te overtuigen toch door te rijden en na een uur zoeken staan we naast ons nieuwe huis. Het is prachtig zoals gedacht. Een oude fabriek en heel leeg. Dat is nou krakersromantiek!

Als we die avond Juan vragen of hij het gebouw kent prikt ie onze ballon lek. Je wil daar echt niet wil zitten zegt hij. Het hele gebied is ondermijnd door de lokale munitiefabriek. Tegenwoordig worden er onderdelen voor raketsystemen gemaakt maar in het verleden is er ook gifgas geproduceerd. Er zijn een aantal gangen die sinds de dood van Franco niet meer geopend mogen worden.

Handig om te weten allemaal. Toch maar op zoek naar wat anders dan, wel jammer…

3 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *