2010-2011 Azie-Afrika,  Pakistan

Multan – Pakistan

We zijn in Multan, Pakistan. De sfeer is hier prima, vandaag hebben we de hele dag door de stad gelopen op zoek naar al die dingen die we kwijt zijn geraakt de afgelopen maanden. Morgen naar Lahore aan de grens met India. Foto’s komen later als we internet hebben dat iets sneller is. Ook hebben jullie nog een stuk verslag tegoed over de reis van Quetta naar hier, dwars door het rampgebied. Hart verscheurend…
groetjes Merijn en els

Vanuit Yazd, Iran rijden we met zijn zevenen richting Kerman. Op de motor, Els en ik, de Ieren Helen en Neil en Zwitser Thierry en in een busje Nederlanders Roderick en Marleen. Een enorme optocht. Het is alsof het circus voorbij komt. Overal vallen de monden open en zwaaien mensen naar ons. Allereerst tanken. Het valt nog niet mee diesel te vinden voor de motor van Neil. Diesel kost geen drol in Iran maar je moet wel een kaart hebben en die heeft ie niet. Het is dus aanpappen met truckers die niet moeilijk doen over een paar litertjes. Tussen het vullen van hun eigen tank en het vullen van de motor moet de diesel blijven stromen dus houden ze de kraan tussendoor even in de vuilnisbak of in het plantsoen. We rijden de hele dag door de woestijn, vaak links en rechts ver weg een keten met kale bergen en er tussen zand, stenen, de weg en wij, verder niets. Het lijkt erop dat we het goede seizoen gekozen hebben voor deze tocht, we hebben al weken lang elke dag zon. De temperatuur schommelt tussen de 18 en 24 graden, heerlijk! Weer komen we in de spits in het donker Kerman binnen. Ik word aangereden van achter maar blijf overeind. Neil heeft twee flinke autotoeters op zijn motor gemonteerd en toetert er lustig op los. Telkens als er iets in zijn buurt komt hoor ik achter me dertig seconden “Meuhhhh!!”. Daar gaat ie nog eens problemen mee krijgen. Uiteindelijk slapen we in een Guesthouse en eten wat in het restaurant van een duur hotel. “All you can eat and drink” voor acht dollar.

Roderick en Marleen besluiten de volgende ochtend aansluiting te zoeken met twee Engelsen in een busje dus die vertrekken richting Bam. We hebben gehoord dat de woestijn bij Kerman erg mooi is. We steken de bergen over en rijden daarna eindeloos naar beneden. Het is alsof we de zeebodem oprijden. Uiteindelijk houd alles op. De bergen verdwijnen en maken plaats voor het zand. Midden in dit niets is een flinke oase en een dorp. Ineens zijn we in een tropisch klimaat. Flink warm en vochtig en overal groen, het doet me een beetje aan Thailand denken. Aan het eind van de dag trekken we over een zandweg verder het niets in en kamperen in de ‘middle of nowhere’waar we eten koken en bij een kampvuurtje zitten. Het is echt heerlijk om hier te zijn. Zo stil maak ik echt nooit mee. Je kan het bloed in je oren horen ruisen. Neil heeft een Google App op zijn telefoon die je op de sterren kan richten. Op het scherm verschijnen de namen van de planeten waar je op dat moment naar kijkt. Zoals je ziet kamperen we niet echt primitief. Om me heen zie ik lichtgewicht tenten, thermomatten – waarvan een nog steeds lek – high tech benzinebranders, led-hoofdlampen, camera’s, gps apparaten, laptops… Maar geen bier of wijn want we zijn nog steeds in Iran. Regelmatig dromen we weg bij het idee dat 300 km over de grens met Pakistan een hotel is waar ze koud bier hebben.

‘s Morgens stoppen we onze verkreukte gezichten weer in de helm en rijden binnendoor richting Bam. De oeroude stad Bam is een paar jaar geleden volledig verwoest door een aardbeving. Niets stond nog overeind. De (on)gelukkigen die het overleefden verloren naast veel vrienden en familieleden ook vaak hun hele hebben en houwen. We slapen bij Mr Akbar. Echt een goede vent. Hij is achtenzestig en verteld over zijn leven, over de aardbeving natuurlijk. Hij verteld hoe hij twaalf jaar een gasthuis had met elke dag zo’n veertig mensen. Hij was een rijk man. Na de aardbeving had ie niets meer. Met het verdwijnen van de monumentale citadel verdwenen ook de meeste toeristen maar hij begon opnieuw. Met twee tenten, een voor zijn familie en een voor zijn gasten. Inmiddels heeft hij een flink, half af hotel waarvan een paar kamers beschikbaar zijn. s’ Avonds zitten we met zijn allen op het kleed bij Mr Akbar. Hij laat ons zijn dierbaarste bezit zien, gered uit het puin, een stapel gastenboeken. Akbar zit vol verhalen en raadsels, echt iemand die geniet van zijn werk en zijn bezoek. Bam is ook de plek waar we voor het eerst te maken krijgen met politie begeleiding. Een paar jaar geleden is hier een Japanner ontvoerd om de zoon van een bendeleider vrij te krijgen (wat ook lukte). Sindsdien kan je hier geen stap meer zetten zonder eerst de politie in te lichten. We kunnen niet alleen naar een restaurant lopen of boodschappen doen. Niet echt een plek om te blijven hangen dus.

Omdat het 400 km is naar de grens en deze om half twee sluit vertrekken we om half zes met het eerste licht. We worden opgehaald en sukkelen achter een politieauto aan die ons aflevert aan de rand van de stad bij een politiepost. Daar worden onze paspoorten ingenomen. De volgende 11 uur rijden we achter onze met machinegeweren bewaakte paspoorten aan. Het schiet echt voor geen meter op. Elf keer wordt er van escorte gewisseld en telkens wachten we lang op de aansluiting. Ons visum verloopt morgen en er is dus nogal druk om haast te maken. De komende dagen is het Eid al-Adha, het slachtfeest dat wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeetIbrahim, die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van God,en is de grens waarschijnlijk dicht. We besluiten aan de grens te kamperen en morgen een poging te wagen maar bij de laatste post voor de grens is geen escorte beschikbaar dus is ergeen andere uitweg dan terug te gaan naar Zahedan en in te checken in een veel te duur staatshotel met chagrijnig personeel. Maar onze laatste begeleiders pingelen wat voor ons van de prijs af, we gaan akkoord en eten onze laatste Iraanse hap (kebab..)

Dit keer lukt het wel de grens te bereiken, net voor sluitingstijd verrichten we alle formaliteiten die nodig zijn een ander land in te komen. Carnet uitstempelen, paspoort uitstempelen, visum controleren en stempelen, geld wisselen, carnet instempelen. Omdat het een feestdag is en we de laatste zijn die de grens passeren vandaag is het niet druk en de wachters vrolijk. We zijn in Pakistan! ’s Avonds kamperen we op een minuscuul stukje gazon bij de douaneloods. Mmm echt gras dat is lang geleden. Er wordt een geit geslacht en de mannen van de loods bereiden een feestmaal. Ik ga er een beetje van uit dat we zullen worden uitgenodigd maar dit keer mogen we ons zelf vermaken. Als de zon onder is en we klaar zijn met koken en gaan slapen nemen de honden het hier over. De hele nacht eerst gegrom daarna hard geblaf maar gelukkig niet echt angstaanjagend. Het zijn scharminkels.

Vandaag gaat alles naar wens, de escortes in Pakistan zijn een stuk vriendelijker dan die van Iran, gezellig zelfs. We hebben trouwens een nieuwe reisgenoot. Bij de grens werd hij aan ons escort toegevoegd en sindsdien zitten we er mee. Een 72 jaar oude man in een enorme vrachtwagen. Hij is tien dagen geleden uit Duitsland vertrokken en nu al hier. We komen er al snel achter dat hij niet echt tijd heeft gehad dingen uit te zoeken, geen kaart, geen pinpas, alleen eurochecks. Zijn vrachtwagen lekt een enorme lading olie. Het is een grappige gek, maakt dansjes voor de politie, kan alleen Duits en als ie niet begrepen wordt begint ie te snauwen. Al snel beginnen we ons aan hem te irriteren, vooral als ie heil Hitler begint te roepen. Maar goed we zullen het met hem moeten doen. We rijden de hele dag door de woestijn tot we in Dalbandin het hotel met bier bereiken. In het donker vervangen we Els haar ketting en tandwielen die nu echt versleten zijn. Het bier smaakt goed maar helaas niet zo goed als we het in onze fantasie hadden gecreëerd.

Pakistan is echt anders. Veel armer, mensen wonen soms langs de weg in tenten van aan elkaar genaaide jutte zakken. We zijn in Baluchistan, een provincie waar veel gesmokkeld wordt. We horen dat de BLA (Baluchistan Liberation Army) hier vecht voor onafhankelijkheid. Iets dat een zichzelf respecterende regering natuurlijk niet accepteert. Langs de weg zijn de meeste dorpen gesloopt. Ik vermoed dat hier de bevolking is verplaatst om een betere machtsverhouding te creëren. Ook in Iran kwamen we dit soort praktijken tegen en in oost Turkije hebben ze met dit zelfde idee in de jaren 90 talloze dorpen gesloopt. En over Israël hoef ik denk ik niets te zeggen. Eigenlijk weten we maar verdomd weinig van de situatie hier, het is dus gissen naar de werkelijke veiligheid hier. Al lang voor ons vertrek uit Nederland praten we met veel mensen over de gevaren hier. Ontvoeringen, taliban, aanslagen, fundi’s, Amerikanen enz. Ook de reizigers die we spreken maken zich zorgen. Zowat alle backpackers besluiten Pakistan te skippen. Anderen verschepen hun motor of rijden in vier dagen als een waanzinnige door het land heen. Eigenlijk bevalt het ons hier heel goed, de mensen zijn vrolijk en lichtzinnig maar bij een checkpoint 130 km voor Quetta krijgen we voor het eerst echt te maken met al het gene waar we zo lang over speculeerden.

We staan uren te wachten op een escorte en krijgen te horen dat dit stuk het meest gevaarlijke stuk van Pakistan is. Het beloofde S.W.A.T.-team blijkt uiteindelijk een verrotte auto met twee mannen die ons na tien km in de steek laat.
Eigenlijk hadden we niet meer moeten gaan, het is al bijna donker maar omdat we nu al op weg zijn besluiten we door de rijden. Het schiet niet echt op. We zijn ineens in de bergen en rijden hooguit 60km/u. Nu de zon onder is wordt het ook bitter koud. De temperatuur zakt naar zes graden. Uren lang bikkelen we door. In onze hoofden spoken gedachtes van bandieten met wapens, onverwachte ravijnen, die extra trui die je niet aan hebt enz. Ineens is daar dan toch een enorme vallei met lichtjes, Quetta. We worden onmiddellijk opgepikt door een politiewagen die ons richting een hotel zal brengen. Als we even later van escorte wisselen en bibberend een sigaret roken horen we in de verte een salvo van een machine geweer en nog wat losse schoten. mmm denk ik: waar zijn we nu weer beland? Overal zwaar bewapende militairen die controles uitvoeren. Als we uiteindelijk bij het hotel aankomen kan de truck een bocht niet maken. Een agent gebiedt ons nerveus door te rijden. Zo zijn we de Duitser toch nog kwijt denk ik maar ik gun het hem toch niet echt en even later zit ik in een politie auto op zoek naar de truck. Het schiet niet echt op, de sirene is aan maar harder dan 20 kan dit ding niet. We zitten met zijn drieën voorin, ik knieën in mijn nek en versnellingspook tussen mijn benen. We vinden de Duitser even later scheldend in een steegje, ihr seit jah dahr eine… We zijn kapot en besluiten een dagje te rusten, te wassen, geld te regelen en de motoren te fixen.

De Ieren hebben besloten dat de weg die ons door het overstromingsgebied zal voeren te slecht is voor hun motoren. Neil zijn diesel motor heeft erg weinig speling met de grond en een goede klap kan het einde van zijn reis betekenen. Ze herkennen de situatie hier, in Belfast is tenslotte ook het een en ander gebeurd en ze zitten niet te wachten op motorpech in zo’n spannend gebied als dit. Ze zullen de motor op de trein naar Lahore zetten. Het is jammer afscheid van ze te moeten nemen, we hadden samen veel lol. Maar omdat zij ook naar Australië reizen sussen we ons met de gedachte dat we elkaar vast nog eens op een strand in Thailand of zo gaan tegenkomen. Ook de Duitser laten we hier achter. Hij moet nog een dag wachten om zijn eurocheques te wisselen en kan ons dus niet volgen. We zijn weer met zijn drieën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *