Azie-Afrika 2010-2011,  Pakistan

Met de motor naar het dak van de wereld – Pakistan

De Karakoram Highway (KKH)

De hoogste internationale weg ter wereld, 1500 km gebeiteld door de hoogste bergen ter wereld verbindt Pakistan met China. Dat gaan we doen dachten we. Lang hebben we getwijfeld of het nog mogelijk zou zijn. Het seizoen is op het randje van ongeschikt, koude en sneeuw zouden ons pad doorkruisen. We liggen gelukkig een maand voor op schema en na een gesprek met een van de leden van de Pakistan motorclub zijn we makkelijk overtuigd. We gaan het doen. De helft van de weg ligt in China, waar we niet heen gaan omdat je daar als motorrijder een gids krijgt die we niet kunnen betalen.

Om de weg te bereiken rijden we eerst een dag van Lahore naar Islamabad. Het is de hoofdstad van Pakistan, een stad van de tekentafel. Hier is alles anders, rechte brede straten, winkelcentra, s hier net Amerika. Stiekem vind ik het wel fijn even in een overzichtelijke omgeving te zijn. We slapen op de Foreigners Campground. Hier mag je als buitenlander kamperen voor 50 cent per persoon. We zijn de enige gasten en worden bewaakt door een flinke groep militairen. In een rechte lijn met de poort zit een man achter een berg zandzakken met een mitrailleur. We zijn er al lang niet meer door geïntimideerd. ’s Morgens komen we maar langzaam op gang, we genieten van de rust en de frisse lucht na al die steden en zitten in het zonnetje. We hebben geld nodig, dit is de laatste plek met een pinautomaat en we moeten op zoek naar iemand die onze camera kan repareren. Het wordt later en later en uiteindelijk zo laat dat we de tocht naar het noorden nog even uitstellen. We reizen nu samen met Tom, een Oostenrijker die zichzelf Big Tom noemt. Als je hem ziet en vooral zijn motor dan begrijp je wel waarom. Tom heeft het gehad met zijn oude leven, hij is ‘m gesmeerd. Weg van de stress en de leegheid van het leven als salesman. Een goede gast.

De volgende dag vertrekken we al vroeg richting Murree waarvandaan we met een omweg op de KKH zullen belanden. Eindelijk verlaten we de eindeloze delta van de grote rivieren in Pakistan, waaah een bocht! Het gaat ook gelijk flink omhoog. Na 50 km veranderd de goede asfaltweg in een enkelbaans slinger weg. Asfalt als dit zagen we eerder in steden, gaaf maar flink versleten, de zon reflecteert erop en het is spiegelglad. Het duurt dan ook niet lang voordat ik in een bocht voel dat mijn motor begint te glijden. Een remfout. Ik herken het gevoel van op het ijs in Nederland. Voor ik het weet knal ik op de grond en glij op mijn reet en rug de weg over. Ik zie de motor voorbij glijden. Eigenlijk gebeurt alles in slow motion, het is alsof je hersens ineens meer impressies per seconden verwerken. Ik krabbel overeind en zwaai naar de aankomende auto’s dat ze stoppen. Ik heb pijn in mijn kont maar verder niets, mijn motor ook niet, wow wat een geluk. Toch is er wel wat geknakt, mijn zelfvertrouwen. Het duurt dan ook weer een dag voordat ik weer lekker de bocht in hang. Tom heeft een stuk meer ervaring in de bergen als wij. Twee mensen uit het land zo plat als een chapati in de hooglanden van Pakistan. Het schiet dan ook echt niet op vandaag. Vooral als we naar beneden rijden en de ene na de andere haarspeldbocht nemen gaat de vaart er flink uit. Echt veel tijd om van de natuur te genieten hebben we niet want onze ogen zijn op de weg gericht en voor ons nog een flinke berg kilometers te doen voor donker. Ik denk “Jezus waar zijn we aan begonnen”.

Tegen het eind van de middag komen we bij een politiecheckpost. Dit is inmiddels routine, naam, land, paspoortnummer, naam van je vader, waarvandaan en waarheen, beroep, handtekening. Net als we denken klaar te zijn vragen ze ons naar een document dat we niet hebben, een brief van geen bezwaar. We komen er achter dat we in Kasjmir zijn, het gebied waar India en Pakistan al meer dan vijftig jaar oorlog over voeren. Stom, dit hadden we kunnen weten. Je kan hier niet gewoon een leuk weggetje op de kaart uitkiezen. Afijn, er valt ook niets te regelen we moeten terug naar Murree. Echt shit heel die kloteweg weer terug en nu nog met haast want rijden in het donker op deze weg lijkt ons helemaal niets. Net voor donker komen we onderkoeld in Murree aan waar we de talenten van Tom in het werkt zien, onderhandelen. Uiteindelijk slapen we goedkoop in een mooi hotel zonder kachel.

Het is kiezen, of weer terug naar Islamabad en dan omhoog of over een witte weg doorsteken naar de KKH. De witte weg volgt geen dalen maar gaat over de bergen heen. We nemen de witte. De hele dag nemen we de ene na de andere haarspeld bocht door een waanzinnig landschap. Dit heb ik nog niet gezien, heuvels, begroeid en bewoond tot bovenin maar dan enorm steil en hoog. Als we even uitpuffen zien we voor het eerst apen langs de kant van de weg. Het stikt hier van de toeristen, allen Pakistani die hier van de frisse lucht genieten. Vandaag is er ook een andere attractie, wij. In dit gebied hebben de have’s(zij die wat hebben) hun tweede huis, ook de Engelsen sleten hier graag hun tijd als ze de hitte van de lage landen zat waren. Els heeft berekend dat we vanaf nu samen niet meer als 30 euro per dag mogen uitgeven. Maar behalve de benzine (0,70 cent per liter) is het leven hier goedkoop. Deze nacht slapen we in Mansehra in een vet luxe hotel, met lakens, stroom, kachel, zitplee en douche met warm water.

Ha, het is gelukt, we zijn op de KKH! Vanaf nu is het geen kaart meer kijken, gewoon rechtdoor tot het niet meer gaat. Eigenlijk viel het me een beetje tegen. Als je aan highway denkt verwacht je toch niet een weggetje met een baan heen en eentje terug. Het is enorm druk, er wordt veel ingehaald van twee kanten tegelijk wat het soms nogal spannend maakt. Gelukkig verlaten we meer en meer de drukte en veranderen de steden langzaam in bergdorpjes. De weg volgt vrijwel constant de rivier. Het is dus minder stijgen en dalen maar we slingeren er lustig op los. In de binnenbochten stroomt soms een riviertje over de weg. Her en der zien we hoe de natuur deze weg dwarsboomt. Zowel de rivier die flinke stukken wegspoelt als de bergen die hun rotsblokken erop droppen. Het is een constant gevecht de weg open te houden. Overal wordt gewerkt. Voor het grootste deel betaald door de Chinezen die via deze weg de toegang hebben tot de havens van het zuiden. Het werk wordt via subcontractingweer doorgegeven aan goedkope Pakistaanse arbeiders. Je ziet ze werken in groepen. Onder toeziend oog van een Chinees staan ze met niet meer dan een flinke hamer enorme rotsblokken klein te hakken.

Langzaam veranderd ook de natuur. De eerste dag volgen we een flinke groene bergkam. Ver onder ons stroomt de Indus, die hier ondanks het droge seizoen toch nog flink wat water bevat. Boven ons gaat het steil omhoog. ’s Nachts slapen we in Besham in hotel Paris. Een stadje zonder stroom, er hangt een beetje een wild west sfeertje, veel gunshopsen vooral veel mannen op straat. We lazen over de traditionele wetten die hier gelden waarin wraak een belangrijk recht is. Meer dan duizend vrouwen per jaar worden in Pakistan vermoord zonder dat er enig proces plaats vind. Binnen het huwelijk is er vaak sprake van enige vorm van mishandeling. In Aleppo bezochten we een tentoonstelling waarin een kunstenares in een fotoreportage liet zien hoe Pakistaanse vrouwen door hun echtgenoot of schoonfamilie met zuur worden overgoten. Het geeft ons een raar gevoel, al die leuke ontmoetingen maar wat zien we niet? En waar zijn de vrouwen?

Het asfalt maakt de volgende dagen steeds vaker plaats voor gravel. Het rijden wordt meer en meer een uitdaging. Van Tom leren we de trucs van het overeind blijven. Staand op je voetsteunen verplaats je je zwaartepunt naar beneden en verbeter je je balans en je zicht op de route. Langzaam verlaat me ook de angst voor het los trillen van boutjes en gaat de vaart er flink in. Achter ons een dikke wolk stof, naast ons lachende en zwaaiende mensen. Door onze focus op de weg realiseren we ons maar een paar keer per dag dat we langs de afgrond rijden. Dan denk ik, “Inshallah” – als dat maar goed gaat. Als ons bezoek aan de KKH maar geen beslissing was waar we spijt van krijgen. Dit is letterlijk leven op het randje. Maar het merendeel van de dag genieten we en tuffen we rustig voort, vaak stoppen we om wat foto’s te maken.

’s Nachts is het nu bitter koud, in de hotels geen stroom, geen heet water en geen kachel. En we roken, we roken als ketters. Veel frisse berglucht krijgen we dus niet binnen. Maar ondanks dat we nu weer vaker over stoppen praten past het er toch een beetje bij. Avonturiers, met veel lagen kleren, muts, ongeschoren, ongewassen, stoffig van top tot teen, genietend van het uitzicht met een peuk tussen je lippen. Als we ’s avonds in Chilas op zoek gaan naar wat warmte en een kop thee met vette melk worden we uitgenodigd in een kamertje met een houtkachel. Om het vuur zitten zes mannen, een van hen is nogal luid. Het is een knappe fitte man van in de zestig. Hij komt uit de Swat vallei maar is de gevechten tussen de Taliban en het leger zat. We maken grapjes over wiens baard het meest op de taliban stijl lijkt. Dit is echt een bijzonder stukje wereld. Het wemelt hier van de volken: Pashtuns, Kohistanis, Chitralis, Tibetanen, Tajiks, Burusho, Uyghurs, Kyrgyz, Kazakhs,… Allemaal spreken ze hun eigen taal maar communiceren onderling vaak in Urdu.

Om een hoek zien we dan eindelijk de eerste megaberg, de Nanga Parbat: 8126 meter hoog. Zijn sneeuwwitte top steekt prachtig af tegen de knal blauwe lucht. Het is een van de veertien bergen ter wereld hoger dan 8000. Het rijden gaat vandaag lekker, bijna geheel gravel nu. De dalen zijn breed en de weg wat rechter. Ruim voor donker arriveren we in Gilgit, de hoofdstad van de regio. Het is een oude stad, ooit een belangrijk plaats aan de zijderoute waarlangs het boeddhisme werd verspreid van Zuid-Azië naar de rest van het continent. We slapen in het Madina Guesthouse, waar we een avond bij gaslamp praten met “brother Jacob” die ons ook steevast brothers and sister noemt en Karim. Jacob is somber ingesteld en niet onterecht. In zijn guesthouse komen sinds 11 september vrijwel geen toeristen meer. De huur is hoog, de inflatie en corruptie maken overleven moeilijk. In deze stad is het merendeel van de tijd geen stroom en degene die het beheer over de kabel voert vraagt er meer en meer geld voor. Corruptie is overal in Pakistan. Het is het favoriete thema van Jacob en de pest voor het land. Zowel de president als zijn regering werken eerder voor eigen zak als voor hun land. Maar ook in lagere rangen is het de gewoonste zaak van de wereld. Volgens Jacob zijn de laatste overstromingen een straf van god voor de mensen van Gilgit. Winkeliers potten voorraden op om die in tijden van nood voor veel geld te kunnen verkopen. Ambtenaren verkopen de staatsnoodvoorraad diesel aan de zwarte markt zodat zelfs de burgemeester zijn generator moet laten lopen voor dubbele prijs. Tot lang na zonsondergang praten we door met deze intelligente mannen. Over de verschillen tussen de westerse wereld en de islamitische. Of de tijd is aangebroken voor een nieuwe, spirituele stap in de evolutie van de mens. Over wetenschap en techniek die de mens naar een hoger niveau kan tillen. De samenhang tussen de wereldreligies, de positie van de vrouw in de Islamitische wereld, de onafhankelijkheidswens van Kasjmir na zoveel jaar oorlog. Als de stroom weer aanschiet en mensen hun mail gaan checken is de avond snel ten einde en kruipen we met een fles warm water in bed.

De laatste stad op onze route is Karimabad in de Hunza vallei. Een oude wijze man uit Nederland mailde me over de Hunza vallei het volgende: “In de verhalen van vroeger was dat een soort paradijs omgeven door zevenduizenders, waar de mensen allemaal de honderd jaar haalden. En tot op die hoge leeftijd paard reden en en passant ook nog nakomelingen verwekten bij jonge maagden.” Een mooie plek om oud te worden dus. Helaas is de gemiddelde leeftijd inmiddels gezakt tot 65. Volgens Jacob komt dat door het slechte eten dat ook in Pakistan al lang niet meer natuurlijk is.

Omdat het ’s nachts flink vriest zijn de riviertjes waar we doorheen moeten omgeven door ijs. Niet echt fijn als je maar twee wielen hebt. Vandaag is het de beurt aan Els om te vallen. In een plas schiet haar motor onder haar weg, schuurt over de weg en beland met haar helm tegen een berg stenen. Tom en ik wachten een stuk verderop als we Els zien aankomen, met trillende handen en een flink rood hoofd van de schrik, verder niets. We balanceren op de rand van ons kunnen maar besluiten toch door te trekken.

Een paar maanden geleden is ten noorden van Karimabad een flinke berg ingestort, over de weg en in de rivier gevallen. Gevolg: Lake Attabad, een nieuw meer van 25 km lang dat een dorp en de KKH 100 meter daaronder bedekt. Sindsdien worden alle Chinese goederen afgeladen, op kleine bootjes overgevaren om vervolgens met tractors en jeeps over de landslide te worden getransporteerd naar de klaarstaande Pakistaanse vrachtwagens. Ons bezoek aan dit meer is het noordelijkste puntje van Pakistan dat we zullen zien. Het gaat hier steil omhoog. De weg is bedekt met een flinke laag poederdun stof met onzichtbaar daaronder flinke stenen en wellicht ook wel ijs. We besluiten te lopen, helaas voor Tom besluit hij door te gaan. Hij valt en scheurt daarbij waarschijnlijk zijn kruisband. Scheldend van de pijn helpen we hem naar beneden waar zuster els goed van pas komt. Ai, gewond raken zo ver van enige voorziening, niet goed… Maar ook dit keer had het erger gekund, met een paar pijnstillers kruipt hij weer op de motor en besluit een ziekenhuisbezoek uit te stellen tot Islamabad, Lahore of Delhi.

Zo! toch volbracht, eindpunt bereikt maar nee, we moeten nog terug. De volgende dagen is het een herhaling van zetten, we spreken mensen die we al eerder spraken en doen alle pijnlijke off-road stukken in omgekeerde volgorde. We zijn net op tijd, er is nu meer ijs op de weg. Nu ben ik het die weer mag vallen. Ook deze keer niets ernstigs maar wel vlak naast de afgrond en live geregistreerd met de helmcamera van Tom. Gisteravond kwamen we na twaalf uur rijden, totaal verrot, vies en koud in ons favoriete luxe hotel aan in Mansehra waar we vandaag een dagje uitrusten, onze kleren wassen en van een kachel genieten. Morgen rijden we terug naar Lahore waar we voor de 17e de grens overtrekken naar India!

Kortom, met ons gaat het heel goed! Na deze fysieke en mentale beproeving voelen we ons helemaal klaar voor de rest van de wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.