Azie-Afrika 2010-2011,  Zuidafrika

Klaar voor de start – maar nog niet af


Jarig, éénenveertig alweer. Behalve dat het leven voorbij schiet heb ik eigenlijk niet veel te klagen. Ik zit onder een parasol aan een tafeltje in een guesthouse in Durban – Zuid-Afrika. 

We zijn hier alweer twee weken nu en wachten om te vertrekken naar het noorden. We hadden de motoren verscheept vanaf Maleisië, maar de motoren gingen op een ander schip, twee weken later. Gelukkig wel richting Zuid Afrika. 

Vanuit Azië aangekomen op het vliegveld van Cape Town worden we opgehaald door James. James is een filmset ontwerper, motor reiziger en geboren Afrikaan. Onze vrienden Reinier en Anne hebben hem leren kennen tijdens hun reis van Amsterdam naar Cape Town drie jaar geleden – zij reden toen de west-route – en hij vindt het geen probleem als we bij hem logeren. Het eerste wat me opvalt in Zuid Afrika is dat het stil is op straat. In Azië zijn overal mensen en op alle stoepen winkeltjes, hier zijn de straten leeg. 
Mijn hoofd zit vol met vragen. Els en ik vuren ze non-stop af op James, die ze vol geduld beantwoord. De eerste associatie die ik heb met Zuid Afrika is de scheiding tussen blank en zwart. Ik merk dat ik het de blanken op straat kwalijk neem die arme negers te onderdrukken. Het duurt gelukkig niet lang voordat deze dwaze versimpeling uit mijn hoofd verdwijnt. Er is hier een duidelijke scheiding, die tussen arm en rijk. Er zijn arme blanken en rijke zwarten maar het merendeel van dit land is zwart en straatarm. 
De dagen daarna proberen Els en ik informatie te verzamelen over waar onze motoren zich bevinden en wat het kost om ze uit de haven los te krijgen. Ik ben er nog niet uit of shippers het ons graag moeilijk maken of dat we na al die tijd on the road onze skills voor de omgang met bureaucratie verloren zijn. Hoe dan ook, we komen geen stap verder. We willen graag minstens drie offertes hebben van shippers om die met elkaar te vergelijken maar mensen reageren niet op hun e-mails of wij verstaan ze niet aan de telefoon. 

James heeft deze dagen geen werk. Het hoogseizoen voor de filmindustrie van Cape Town is net voorbij. In de zomer als het in Europa winter is komen de Europese merken hier hun reclames opnemen die ze momenteel in Europa uitzenden. Hierdoor heeft James veel tijd en hij rijdt ons de hele dag rond in Cape Town op zoek naar onderdelen die onze motoren naar Holland terug moeten gaan helpen. We doen een stadswandeling en bezoeken wat musea en een pinguïnkolonie, gaan uit eten en wandelen rond op de voet van de Tafelberg. Langzaam maar zeker beginnen we ons hier thuis te voelen. 

Op zondag neemt James ons mee naar een groep vrienden voor een wandeling op de kaap. Het is raar om zo ver te reizen en aan de andere kant van de wereld mensen tegen te komen die zo het zelfde zijn als wij. Het is erg gezellig en aan het eind van de dag gaan we op zoek naar mosselen in zee en koken we samen een heerlijk maal. 

Om niet te veel tijd te verliezen besluiten we onze motoren te onderscheppen als ze in Afrika aan land komen. Begin juni verwacht men het schip in Durban. In de tussentijd gaan we wat zaken regelen en wat van het land zien. We huren een auto, nemen afscheid van James en vertrekken. In de auto komen we er al snel achter hoe groot Zuid Afrika is. En hoe mooi. En hoe leeg. We rijden drie dagen achter elkaar door. We zien prachtige regenbogen en een onsterfelijk mooie zonsondergang. Maar het is ook wel een beetje saai, we missen onze motoren. Hoewel… Het is hier op de hoogvlaktes bitter koud en een snoeiharde wind trekt aan de auto. We passeren plaatsen met mooie namen als Wildernis, Avontuur, Geluk of Uitkomst. In de auto lezen we wat meer over de geschiedenis van dit land. Over de Hollanders die boeren werden, aartsconservatief met als enig studiemateriaal de Bijbel. Over de Zulu’s die een wreed koninkrijk stichten en over de Engelsen die uiteindelijk iedereen de baas worden, over de campagne “Swart gevaar”, over de opdeling van het land en de strijd tegen apartheid, over HIV/AIDS, en over criminaliteit, geweld en verkrachting die nu het land in haar greep hebben. Ook in dit land waardoor we reizen zijn de paden bezaaid met bloed. Toch zijn de mensen die we spreken over het algemeen vrolijk en positief. 

Halverwege overnachten we in het plaatsje Colesberg. Het enige wat deze plek de moeite waard maakt is haar ligging halverwege twee grote steden. Links en rechts van de weg zijn tientallen guesthouses. Wij kiezen de goedkoopste. De uitbaatster geeft ons een sleutel en vertrekt direct zelf weer. Wij blijven achter in een enorm kil huis vol met bijbels. Je kan zien dat het hier ooit geleefd heeft maar nu zijn we de enige aanwezigen. Als we wat gaan eten in een café raken we aan de praat met Marius. Marius komt uit Johannesburg en is verantwoordelijk voor het onderhoud van een machinepark dat wordt gebruikt bij het aanleggen van wegen hier in de buurt. Als we vragen naar de de veiligheid op straat in Johannesburg nodigt hij ons uit bij hem thuis langs te komen. Hij laat ons dan het Emperor casino zien. Vol enthousiasme vertelt hij hoe hij zijn familie vaak meeneemt naar het casino. Rondom het casino, dat buiten de stad ligt kan je enorm fijn wandelen en er zijn ook veel restaurants. We wisselen telefoonnummers uit en zeggen dat we proberen wat tijd vrij te maken maar eigenlijk weten we al dat we dit niet gaan doen. 

Uiteindelijk komen we aan in Johannesburg. In Johannesburg wonen de Limburgers Anke en Maarten. Anke is de oude scouting leidster van Els en werkt hier al een paar jaar als manager bij een groot ingenieursbureau. Maarten is de zoon van een nicht van Els haar moeder, verre familie dus. Hij werkt vrijwillig als enige blanke in een illegale township bij een project voor AIDS kinderen. Het zijn leuke mensen die van Afrika houden. Ze reizen zelf zodra het kan met een enorme 4×4 met een daktent door Afrika en hebben mooie verhalen. We krijgen een eigen kamer met badkamer, een sleutel en de code voor het alarm en niet te vergeten, heerlijk eten en drinken. Wat is het toch mooi dat we overal ter wereld mensen tegenkomen die zo gul en gastvrij zijn. Het valt me op dat Maarten de eerste is die de angst voor geweld bagatelliseert. Ok, er zijn plekken waar je niet moet komen maar bij veel mensen heeft de angst onrealistische proporties aangenomen. Voor ons blijft het moeilijk in te schatten en houden we ons aan het advies van James. Gewoon doen wat je altijd doet maar twee keer zo goed opletten. 

Vol goede moed gaan we de volgende morgen op weg naar Pretoria. Dit is het overheidscentrum van Zuid Afrika en de plek waar alle ambassades zitten. We gaan een poging wagen het visum voor Ethiopië te regelen. Niet lang geleden heeft Ethiopië de regels veranderd zodat je het visum alleen nog maar in je eigen land mag aanvragen. Dat zou betekenen dat we ons paspoort aan vrienden in Nederland moeten DHL’len. Een dure en risicovolle onderneming. We hebben de blogs gecheckt en het lijkt erop dat we alleen een kans maken in Zimbabwe, maar omdat we nu tijd hebben proberen we het gewoon hier. Best wel spannend, we hebben er twee duizend kilometer voor gereden. Het zou niet goed voor ons moraal zijn als we worden afgewezen. De aanvraag gaat goed en de volgende dag staan we met een nieuwe stempel in ons paspoort heel gelukkig weer buiten. Jeah! 

Direct rijden we door naar de hekken van Kruger National park waar we in het donker aan komen bij een backpacker. Zo noemen ze hier de goedkope hotels. ’s Nachts wordt Els voor de tweede keer deze reis lekgeprikt door bedbugs. Mij lusten ze gelukkig niet. Rond een uur of tien de volgende dag komen we aan in het park. Dit is het bekendste park van Zuid Afrika. Het stikt hier van de wilde dieren. De dieren ik al zo vaak zag in dierentuinen en op natuurprogramma’s. Net als in de Beekse Bergen mag je je auto niet uit omdat je anders wordt opgegeten door de leeuwen. De hele dag turen we door het raampje. Telkens weer zijn we verbaasd. Massa’s herten, bavianen, vlak achter ons een neushoorn, schildpadden, rare vogels, zebra’s, giraffen. Het is echt ongelofelijk wat je hier dwars door elkaar tegenkomt. Het voelt als een enorme dierentuin maar dit is echt, dit is het wat iedereen overal ter wereld probeert na te maken. Het rare is dat mensen daar nu zo goed in zijn dat het echt meer gaat lijken op het nep i.p.v. andersom. Een beetje zoals de boslucht die naar wc-spuitbus ruikt. Bizar niet? 

Het is weekend dus alle slaapplekken in het park zijn vol. Uiteindelijk vinden we er een net buiten het park. We hebben gereserveerd en krijgen een formele bevestiging per sms met een reserveringsnummer. We zijn dan ook zeer verbaasd dat we terecht komen in de woonkamer van een familie. Drie bezopen mannen van in de 50 met het uiterlijk van zware drinkers en een vrouw van onze leeftijd met een kindje gaan net aan tafel. Ondanks onze verbazing en de onkunde van de mannen om nog op normale snelheid te spreken voelen we ons zeer welkom. We krijgen een goede route uitgelegd en kopen nog net op tijd het laatste biertje.

’s Morgens om half zes op. Dit is onze laatste dag in Kruger en we willen een leeuw zien. Bij het hek helpt de portier ons om ons voor te doen als Afrikanen waardoor we maar de helft van de entree betalen. Wij zijn toch ook gewoon mensen zoals hij is zijn redenering. Prachtig!

En we zijn weer op pad. Wildebeest, slang, neushoorn, hyena, warthog, apen, hertjes, waterbuffel, giraffen, krokodillen, olifanten, rare kippen, nijlpaarden, de staart van een panter…. In het park ook een hele berg kakatoe-achtige vogels. Je weet wel, van van der Valk maar dan klein. Je moet goed uit kijken omdat ze tot het laatst op de weg blijven zitten en zich vervolgens als kamikaze piloten voor je bumper gooien. Gelukkig vallen er geen doden. Als uiteindelijk de zon weer onder gaat en we het park verlaten hebben we geen leeuwen gezien. Stiekem ben ik een beetje blij dat de natuur zich niet laat voorspellen. Wow, wat een plek. 

We slapen die nacht in de Backpacker van een Nederlandse vrouw. Ze heeft eind jaren tachtig een aantal jaar overland tours georganiseerd. Met een groep door Afrika. Maar hield er uiteindelijk mee op omdat de mentaliteit van de mensen begon te veranderen. Mensen werden minder avontuurlijk en stonden minder open voor onverwachte dingen. “Wat? geen warm water!… maar in de folder stond…” Ze is erg enthousiast over onze reis en onze plannen en wij worden daar dan weer erg blij van. 

Zo! Het wachten lijkt voorbij, we hebben een shipper gevonden die ons gaat helpen onze motoren uit de haven te krijgen. Drie offertes blijken alle drie heel duur maar ook even duur. Het wordt dus tijd om naar Durban te rijden en in actie te komen. Zonder te stoppen rijden we de volgende dag de 700 kilometer naar de kust, waar we inchecken in een lekker maar veel te duur guesthouse aan zee. 

Vandaag ben ik jarig maar ondanks het mooie weer, leuke sms-jes en een heerlijk verjaardagsontbijt krijgen we nog wat slecht nieuws voor onze kiezen. De ferry die we willen nemen van Alexandrië naar Venetië vaart niet meer i.v.m. de situatie in Syrië. Het duurt nog wel even voordat we daar zijn – eind augustus – maar voorlopig is er geen andere uitweg naar Europa. Linksom via Libië natuurlijk niet maar ook rechtsom via Syrië lijkt nu niet slim. Wellicht toch maar weer verschepen? We zullen moeten zien. De shipper lijkt een aardige vent maar hij vertelt ons dat het nog zeker tot negen juni duurt voor de motoren vrij komen. Weer negen dagen wachten, klote! 

Maar goed, vooralsnog lijkt het erop dat Reinier en Anne morgen hun motoren los krijgen in Kaapstad. Als ze vervolgens rustig omhoog rijden richting ons, kunnen we de tiende vertrekken in de richting van Mozambique.

OK, al het beste gewenst voor jullie
veel liefs en groeten, ook van Els,
Merijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.