Azie-Afrika 2010-2011,  Cambodja

In het land van de Khmer – Cambodja

Simon en Lisa zijn al bijna 8 jaar onderweg en nu voor het eerst in Cambodja, net als wij. Zij zijn een van de ‘bekende mensen’ van de HUBB, de website voor en door motorglobetrotters. Grappig hoe je zo toch iedere keer weer mensen tegenkomt waarover je al hebt gehoord of gelezen. Zelf kijken ze vreemd op als ik stop en zeg “Ah….you must be Simon!”. Er stappen nog twee andere stellen uit het hotel, die allebei met zijn tweeën op één motor rondreizen. De volgende dagen spreken we ’s avonds af om gezamenlijk ergens te eten. En zo is ook het reizende motorgezelschap veranderd op dit tweede deel van de reis, waarin we iedereen waar we eerder mee gereisd hebben achter ons hebben gelaten.

Tijdens ons verblijf in Phnom Penh duiken we de bloederige historie van Cambodja in en brengen een bezoek aan Tuol Sleng, ofwel S-21, de security prison. In dit voormalige schoolgebouw werden in 4 jaar tijd (1975-1979) zo’n 20.000 mensen opgesloten, gruwelijk gemarteld en later vermoord op de killing fieldsaan de rand van de stad. Slechts 7 mensen hebben het overleefd. Net als de nazi’s hield ook de Rode Khmer een gedetailleerde administratie bij van hun gruweldaden, waarbij alle gevangenen op de foto werden gezet. Het eerste gebouw is min of meer in dezelfde staat zoals deze, tijdens de bevrijding in 1979, werd aangetroffen door de Vietnamezen. Schoollokalen met tegelvloeren met daarin een bed, een ijzeren stang met boeien en een zwart-wit foto aan de muur van de laatste gevangene zoals die daar werd aangetroffen. De eenvoud van deze tijdloze stillevens maakt het des te beklemmender. In het tweede gebouw hangen honderden ‘mugshots’ van gevangenen; mannen, vrouwen en kinderen. Wat me opvalt is dat ze bijna allemaal eenzelfde blik in hun ogen hebben. Geen angst, boosheid of verdriet, maar een totale verslagenheid, wezenloos, zonder enige hoop…..

In het tweede gebouw zien we cellen van 1×2 meter met een ketting in de grond. Op de tweede etage zijn exposities over de strafzaken bij het Internationale Strafhof, waar we bekende namen tegenkomen: Victor Koppe en Michiel Pestman, twee Amsterdamse advocaten die de verdediging op zich genomen hebben van Broeder Nr. 2 …. Ik vind het moeilijk te begrijpen hoe je de verdediging van een genocidepleger op je kan nemen, die in mijn ogen overduidelijk schuldig is, ook al heeft iedereen recht op een eerlijk proces. Maar zo is er veel in Cambodja wat me aan het denken zet.
In dezelfde gang komen we nog een andere Amsterdammer tegen; Peter Klashorst heeft er een expositie van schilderijen van de foto’s van de gevangenen. Het eerste schilderij dat ik zie is van een meisje dat mijzelf ook opgevallen is uit de vele foto’s. Blijkbaar heeft ook Klashorst de blikken en emoties willen vangen, wat hem overigens goed gelukt is. Wat is de wereld toch weer klein.

Even terug naar de orde van de dag, voor vandaag hebben we genoeg ellende gezien. We laten de Killing Fields voor wat ze zijn en besteden de rest van de middag aan het zoeken van een nieuwe ketting en tandwielen. Nadat ik in enkele Bikeshops ongeïnteresseerd wordt aangekeken zakt de moed me een beetje in de schoenen. Net als ik bedenk dat ik er misschien op moet gokken door te rijden naar Noord-Thailand kom ik Dara’s Bikeshop tegen. Nog eentje proberen dan maar. Dara is een vriendelijke, jonge Khmer die vloeiend Engels spreekt en helemaal niet vreemd opkijkt van een Honda Transalp. Tuurlijk kan hij alles regelen! Too good too be true, maar niets blijkt minder waar. Ik breng de motor de volgende dag, op zondag, en binnen een paar uur zitten er een nieuwe ketting en tandwielen op. Het achtertandwiel speciaal gemodificeerd van mijn oude binnenwerk en een nieuwe set tanden eraan gelast! Lang leve de “No Problem” cultuur! Oftewel same same but different. We drinken nog een paar biertjes en krijgen wat offroad tips.

Met Jane en John, die samen op een nieuwe Teneré reizen, verlaten we Phnom Penh in de ochtend richting Kep. De zon blikkert alweer fel aan de hemel, het valt niet mee om te reizen in het hete seizoen. 40 graden en zelfs de rijwind geeft geen verkoeling meer. Op de motor zweet je niet, want je word onmiddellijk drooggeföhnd. Zodra ik eraf stap loopt het zweet in straaltjes van mijn armen. Eigenlijk zouden we een tropenrooster moeten invoeren en vroeg opstaan, maar dan is het ook juist het meest lekker in bed, eindelijk een beetje koel. Hele dagen rijden zit er dus niet meer in. De rijstvelden staan vol met dorre, geelbruine stoppels en ’s middags ligt iedereen voor pampus in een hangmat in de schaduw.

In Kep heeft Marcel, een oude bekende, een bar niet ver van de zee. We zijn net te laat, hij moet nog bijkomen van het eerste muziekfestival hier dat hij georganiseerd heeft en een groot succes was. In zijn onderbroek en met grote zwarte wallen onder zijn ogen schenkt hij een biertje voor ons in. Vandaag blijft hij dicht en ’s avonds gaan we samen een hapje eten en bijkletsen. Ondertussen groeit ons besef dat Cambodja een echt cowboyland is, waar ‘money talks’, connecties tellen en een mensenleven niet veel waard is. De regering wordt gevormd door de oude Kher kaderleden uit het oosten, die nadat ze zelf door Pol Pot vervolgd werden overliepen naar de Vietnamezen. Corruptie weelt tierig en de protesten worden steeds gewelddadiger. Terwijl de gewone man in Cambodja vaak niet meer dan één dollar per dag verdiend heb ik nergens zoveel SUV’s en Lexussen zien rijden dan hier. Alles is te koop; Angkor Wat is in handen van een oliemaatschappij en zelfs het emotioneel erfgoed de killing fields is verkocht aan een Japans bedrijf. En dat terwijl veel mensen nog herstellende zijn van de oorlog en hopen op een wie, wat, waarom en gerechtigheid.
Zelf hebben we ook ondervonden dat we niet veel hoeven te verwachten hier. Twee keer probeerden we een verzekering af te sluiten en we kregen als antwoord: die grote motoren? Nee, te gevaarlijk. Als ik jullie was zou ik gewoon heel voorzichtig rijden. Tja, da’s uiteindelijk waarschijnlijk het beste advies nog ook.
De volgende twee dagen rijden we met Marcel over het platteland rond Kep. Echt leuk! Ten eerste uitdagend motorrijden en ten tweede speelt zich hier het echte leven af. Af en toe stoppen we voor wat uitleg bij een peperplantage, een oude spoorlijn, zoutvelden en een enorm gebied waar etnische Vietnamezen wonen die ontruimd gaan worden voor een megalomaan luxe resort project. Jane en John zijn de tweede dag ook meegereden en we eindigen de dag met een paar biertjes in Marcel’s bar. Onze kijk op de wereld ontaardt in een verhitte discussie en ik vind het bijzonder triest hoe de Europese migratieproblematiek uiteindelijk zelfs hier zorgt voor ruzie. Het is bizar hoe we door deze reis zo gemakkelijk bevriend raken met medereizigers omdat je een gezamenlijke interesse hebt, het motorrijden. Zo kom je in aanraking met mensen die je thuis niet zo snel zal tegenkomen en blijkt dan dat het motorreizen ongeveer het enige gemeenschappelijke is. Jammer. Het zorgt voor een raar afscheid, zowel van Marcel als van John en Jane en het blijft de hele volgende dag in mijn helm zitten.

Terug in Phnom Penh besluiten we niet naar Laos te gaan, maar terug naar Thailand. Het is een beetje gênant om te zeggen met nog ruim vijf maanden te gaan, maar we komen in tijdnood. Om verschillende redenen kunnen we niet langer dan één jaar weg blijven. We willen graag twee maanden in Australië blijven en twee in Indonesië. Dan hebben we nog anderhalve maand over voor Thailand, Laos en Maleisië…… Dus gaan we vandaag niet naar de Lao ambassade maar de Thaise. Met een tien dollar biljet erbij kunnen we het visum vanmiddag om half vier alweer ophalen. Da’s nog eens geluk. Anders hadden we nog bijna een week in Phnom Penh moeten blijven. Om half vier zitten we te wachten op een bankje bij de ambassade. De man van vanochtend zit achter glas en heeft ons herkend. Hij zegt echter niets en er gebeurt verder ook niet bijster veel, behalve dat er steeds meer mensen komen wachten en de man verdwijnt door een deur en niemand weet wat er verder gaat gebeuren. Uiteindelijk zitten we na vijf uur wachten, moe maar opgelucht met ons paspoort plus Thais visum in de hand in de TukTuk naar huis.

We hebben de smaak te pakken en nemen alweer een route binnendoor naar Kompong Cham. Daarvoor moeten we eerst de Japanese Friendship bridge oversteken om een pontje over de Mekong rivier te nemen. De laatste rivieroversteek per pont was de Donau, van Roemenië naar Bulgarije. Poeh, wat lijkt dat lang geleden zeg. De rode zandwegen leiden langs gouden pagoda’s met olifanten, leeuwen en garnalen ervoor. Dorpjes van houten en rieten huizen op palen en langs slootjes gevuld met waterhyacinten en lotusbloemen. Veel mannen lopen in hun blote bast en de vrouwen in pyjama. En de zon brandt op ons dak. We lijken wel gek dat we in deze hitte door het zand ploeteren. Maar het gaat verbazend goed. We blijven overeind en hebben ook nog tijd om naar de kinderen langs de weg te zwaaien.
’s Avonds zitten we moe maar voldaan aan de Mekong met een biertje op het terras naar de zonsondergang te kijken.

Ik ben trots op ons, beiden nog niet zo lang ons rijbewijs in onze zak en dan de halve wereld over. Wind, regen, kou en verzengende hitte trotserend over bergen, door woestijnen en zweterige, plakkerige jungle. Door landen waar mensen zonder rijbewijs alle mogelijke voertuigen besturen die overladen zijn met de gekste dingen. Waar allerlei dieren voor je wielen kunnen springen en het recht van de sterkste geldt op de weg. Waar mensen niet uitkijken en de meest gevaarlijke capriolen uithalen omdat het immers niet uitmaakt. Je lot is al voorbestemd, het tijdstip van de dood staat al vast, het is de wil van Allah, een andere god of je reïncarneert weer als iets veel beters! Cambodja is ook weer zo’n mooi voorbeeld van gekte op de weg. Het lijkt wel of iedereen hier bij een zak chips een motortje cadeau krijgt, ze maken doodleuk een bocht van 90 graden naar links, net als jij wilt inhalen. O ja, sinds Iran rijden we weer eens aan de rechterkant (wij wel). En de motortjes worden weer echt als transportmiddel gebruikt, en hoe. Soms denk je dat je achter een klein vrachtwagentje zit, maar dan blijkt er weer een motortje voor te zitten. Een kast van 2 bij 3 meter past ook best achterop, net als twee enorme manden aan een lat waar dan ook nog twee vrouwen op kunnen zitten. Ik vraag me af wat ze zouden vervoeren als ze onze motoren hadden…

In 3 dagen rijden we weer naar Bangkok waar we hopen Tessa nog even te zien. Maar eerst moeten we nog even uitstempelen. We hebben ons gehaast zodat we om 11.30u bij de grens zijn. Helaas is de stempelbaas met de lange vingernagel net eten en daarna doet hij een middagslaapje tot 2 uur. De vingernagel is een oud Aziatisch gebaar om te laten zien dat je niet echt hard hoeft te werken. Tja, het is veel te warm om je druk te maken dus gaan we ook wij maar een hapje eten en een boekje lezen. Als hij na 3 uur komt moet hij lachen, hij was ons vergeten. Wat een grap! En in 2 minuten staan we weer buiten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.