Azie-Afrika 2010-2011,  Ethiopië

Ethiopië

Hoi, we zijn in Gonder in Ethiopië aan de grens met Noord Soedan. We blijven we hier een dagje langer omdat Els een onvrijwillige afslankkuur doet. Vandaag gaat het goed, ze heeft alweer vijf kaakjes op en we zijn trots op haar. Anne en Reinier zijn net vertrokken voor een rondrit in de buurt. Een ideaal moment om even een stukje te tiepen.

Vanuit Kenia trokken we de grens over naar Ethiopië. We zijn eraan gewend dat we telkens als we een grens naderen worden gewaarschuwd voor de mensen aan de andere kant. Het zijn namelijk altijd boeven die het slecht met je voor hebben. Eigenlijk valt het daarna altijd weer mee maar dit keer zijn we toch op onze hoede. Al een paar weken spreken we andere overlanders aan over hun ervaringen in Ethiopië. Eigenlijk is iedereen het met elkaar eens. Eerst komt er een kort, mooi, interessant en vervolgens een iets uitgebreider maar,… In Ethiopië gooien de mensen met stenen, je bent er nooit een moment alleen, ze poepen op straat, duwen hun vee voor je wielen om geld te verdienen, vragen constant om geld en laten geen moment onbenut je een poot uit te draaien. 

De grens is gemakkelijk, er zijn de gebruikelijke bemoeials die je ongevraagd gaan helpen maar we worden er niet eens chagrijnig van. Terwijl de anderen het Keniaanse beltegoed opmaken en het bezorgde thuisfront informeren dat we nog leven zit ik met de carnets bij de douane. Een half uur lang zijn twee beambten bezig met het invullen van formulieren maar de vraag naar geld blijft uit en ze wensen ons een fijne tijd. Niet veel later zitten we in een hotel vol met backpackers, hoeren, lekker eten en drinken. Uit de boxen schalt Ethiopische muziek en in de wijde omgeving horen we moslims en christenen hun boodschap verkondigen. Lekker hard en dwars door elkaar.

De komende drie dagen zullen we over asfalt richting Addis reizen. Vandaag komen we maar langzaam op gang. De waterfilter die we in Afrika zo intensief gebruiken ligt al sinds Mozambique op sterven. Sinds ie in Iran een dagje samen met een lekke fles benzine in een koffer heeft gezeten is het plastic zacht geworden. Regelmatig breekt er nu een onderdeel af of spuit het water je om de oren. Nu werkt ie alleen nog goed als je met je vinger op een onderdeel drukt tijdens het pompen. Het pompen duurt wel steeds langer. Een uur lang wisselen we elkaar af, gadegeslagen door een groep jongens die het mega interessant vinden. Zeker als ik ze vertel dat dit een machine is waarmee je van water whiskey kan maken. Als we dan toch vertrekken heeft Anne een lekke band die we plakken op een tankstation omringd door zo’n vijftig mensen. We krijgen veel waardering voor de truc waarbij we met drie mensen de buitenband erin proberen te lopen.

Voorlopig zitten we nog in de woestijn. We kijken onze ogen uit. De huizen zijn hier van leem. Eerst wordt een hut van takken gebouwd waar vervolgens aarde gemengd met stro tegenaan gesmeerd wordt. Voor dat ik vertrok heb ik in Amsterdam een dagje helpen leemstuuken. Het is fijn spul. Ik bewonder de techniek om met wat er in je omgeving aanwezig is te overleven. Plotseling veranderd de grond en wordt wit. Wat een bizar landschap. Overal drie tot vier meter hoge spierwitte termieten zuilen. Op dit asfalt vreten we weer kilometers. Als we honger krijgen en stoppen in een dorp om wat te eten worden we direct omringd door een berg hysterische kinderen en volwassenen die overal aanzitten, om geld vragen, schreeuwen en lachen. Ik voel een lichte paniek opkomen. Waar blijft dan die man die de kinderen voor ons wegmept. Een beetje bruut maar ik stoor me er niet aan als er dan toch weer eentje verschijnt. Communicatie is niet makkelijk maar de christenen hier hebben twee vastendagen per week waarop ze geen vlees eten en al snel zitten we achter een schotel van een halve meter met injerra en verschillende soorten groenten en bonen. Heerlijk!

Vrij snel verlaten we de woestijn, we gaan omhoog en omhoog en komen op de hoogvlakten van Ethiopië terecht. Plotseling is het groen, langs de weg bergen gele bloemen. Op deze hoogte is het klimaat aangenaam fris, de grond vruchtbaar en de mensen ook. Het stikt hier van de mensen en vooral van de kinderen. Voor ons zie ik de hutten leegstromen en de kinderen naar de weg rennen om naar ons te kijken en te zwaaien. Ze roepen youyouyouyouyouyouyou! Wij zwaaien ons weer een ongeluk en genieten van de onophoudelijke oprecht verbaasde en vrolijke reacties. We rijden door en door op zoek naar een plek om even te pissen zonder mensen, maar die plekken zijn hier niet. Als we dan toch maar even stoppen op een veld tussen twee dorpen, zien we overal om ons heen van honderden meters afstand de kinderen op ons af komen rennen. Ik merk al snel dat ik eroverheen ben, deze mensen zijn niet eng, ze kennen alleen geen privacy.

Voordat we aan de laatste etappe richting Addis beginnen word ik ’s nachts wakker met sterke aandrang. In Ethiopië zijn we gestopt met ons eigen eten te bereiden en daar betaal ik nu de rekening van. Om het halfuur ren ik naar de WC. ’s Morgens kijk ik om me heen en besluit dat dit geen plek is om een dag te wachten tot ik beter ben. Ik slik een blokkeerpil en stap op. Dat blijkt een verkeerde beslissing. Niet veel later beginnen de darmkrampen. Er moet iets uit maar ik zit kompleet verstopt en daar zit ik dan, langs de kant van de weg en klap dubbel van de pijn. Ik kots en probeer te poepen en merk dat mijn gêne volledig verdwenen is. Hier langs de weg zijn geen struiken en de vele toeschouwers staren verbaasd naar een paar witte billen. Wat wel leuk is is dat er telkens automobilisten stoppen om te vragen of het goed met ons is en of we hulp nodig hebben. Uiteindelijk hijs ik me op mijn motor, verbijt me en als in een droom rij ik de laatste honderdvijftig kilometers richting Addis naar Wim’s Hollandhouse.

Van Wim in Addis hoorden we al maanden geleden. Op zijn website vlaggen, haringhappende vrouwen, mensen in oranje leeuwenpakken, bitterballen,… Alles symbolen van dat intolerante volkje dat zo gek is van Geert Wilders, Linda de Mol en lik op stuk. Dat volkje dat ik nu bijna een jaar geleden zo graag achter me liet. Maar we hoorden het al eerder, Wim heeft een hart van goud. Onmiddellijk gebiedt hij mijn reisgenoten goed voor me te zorgen en komt me een kruidenbitter brengen. Wim verliet Holland al zo’n dertig jaar geleden toen hij voedseltransporten richting Soedan organiseerde. Hij bleef er hangen en zette een aantal scholen op voor het opleiden van jongens (en meisjes!) tot automonteur. Toen hij uiteindelijk met vele andere organisaties door El Bashir het land uitgeknikkerd werd trok hij naar Addis waar hij opnieuw begon met het opzetten van scholen, een restaurant en nu ook een guesthouse. ’s Avonds vult deze plek zich met Ethiopiërs en Hollandse expats die voornamelijk werkzaam zijn in de bloemenexport. 300.000 rozen iedere dag naar Aalsmeer en vervolgens met een Nederlands label de volgende ochtend in New York op de markt. 

In Addis knap ik weer volledig op. Het is een mooie stad waar je je prima wandelend kan begeven. Het lijkt wel alsof de ontwikkeling van deze stad zo rond de jaren zestig, zeventig is opgehouden. Overal zie je de kolossale betonnen gebouwen uit die tijd in vervallen staat. Tijdens ons bezoek aan het etnologisch museum realiseer ik me dat we veel te kort in Ethiopië zullen zijn. Het stikt hier van de volkeren met hun eigen gebruiken en gewoontes die zo waanzinnig afwijken van de onze. Juist op de motor kan je je onder hun begeven zonder onderdeel te zijn van een georganiseerde tour die ik nooit zou doen omdat dat al snel verwordt tot ‘apies kijken’. Ook een bezoek aan de Danakil Depression, de heetste plek op aarde gaan we overslaan. Maar het geld is op en de tijd is op. Gelukkig blijft er dan nog wel wat over om nieuwe reisplannen mee te maken. 

In Addis krijgen we ook voor het eerst maken met het regenseizoen. Middenin de stad begint het ineens flink te regenen. Anne en Reinier kopen een paraplu maar mijn onderhandelingen met de verkoper mislukken waardoor Els in ik zeiknat regenen. mmm, was die plu wellicht toch 4 euro waard? Els vindt in ieder geval van wel. Uiteindelijk blijven we nog een dagje langer in Addis omdat al onze kleren in de was zitten en we ze nat en vies terugontvangen. Van Wim nemen we al eerder afscheid. Hij vliegt naar Nederland voor een hernia operatie. “Misschien kom ik wel terug in een rolstoel…” We wensen hem het beste!

Nog geen uur ten noorden van Addis beginnen de groene heuvels weer. Ik denk nog ‘het is hier net Engeland’, me nog niet realiserend waarom het hier zo groen is. Het eerste wat nat wordt zijn je handen en voeten. Vervolgens voel je het water je kruis inlopen en beginnen er straaltjes water langs je benen te lopen. Als laatste merk je dat je borst koud wordt. Je hoofd en je rug blijven droog. Zo’n vier uur rijden we die dag door de regen en het is hier op drieduizend meter koud. Als het halverwege echt niet meer gaat en iedereen aan het rillen is, duiken we een donker hutje in. Samen met ons trekt een berg kinderen ook het hutje in. Ook zij hebben het koud op hun blote voeten en gehuld in natte lappen en dekens. We drinken er zoete thee en het kolenvuurtje wordt bij anderen weggehaald om ons te verwarmen. Wij maken geen bezwaar…

De dagen erna mazzelen we ons gelukkig tussen de buien door. We kijken onze ogen uit en zwaaien naar iedereen die ons aanstaart. Op de weg haast geen gemotoriseerd verkeer maar het is er druk. We zien hoe honderden mensen te voet op weg zijn naar de markt. Hun handelswaar vooruit drijvend of gebonden op hun rug of hoofd of bepakt op ezels of karren. Vrijwel iedereen loopt op blote voeten. De mannen allemaal met een staf of stok, een korte broek en een deken. De vrouwen in witte lappen met een groot kruis op de borst of een kruis op hun voorhoofd getatoeëerd. Op het land zorgen de kinderen voor het vee of bewerkt een hele familie hun stukje land met behulp van twee koeien en een houten ploeg. Het is echt een bijbels schouwspel, kruistocht in spijkerbroek. Los van de enkele paraplu en het asfalt waarover ze lopen zie ik hier niets wat de afgelopen duizend jaar veranderd zou zijn. Wat zou het toch mooi zijn me een tijd onder dit volk te begeven en te kijken wat ze bezighoudt, maar we houden het bij glimlachen en zwaaien. 

Nu staan we op het punt Ethiopië te verlaten. Vanaf hier is het nog tweehonderd kilometer naar de grens en terug naar de woestijn en de hitte in Noord Soedan. Al met al zijn we drie keer door kinderen bekogeld, verder niets dan lof. Veel Afrikaanse landen lijken op elkaar, maar in Ethiopië is alles anders. De taal, het schrift, de muziek, het eten, de religie, de groet, de tijd, de jaartelling,… wow wat een land! 

Els heeft inmiddels een soepje binnen en krijgt alweer wat praatjes. Wij zijn klaar voor Noord Soedan en Egypte waar de moslims Ramadan vieren. Over een maand zijn we weer in Amsterdam maar tot die tijd zullen we nog flink wat woestijn doorkruisen, Inshallah! (en anders ook) 

2 Reacties

  • Malcolm

    Hi Els and Meryn, great website, brings back fond memories which will never be forgotten, miss you guys. Since returning home, only managed a trip to Borneo to see wild orangutans and proboscis monkeys 🙂 . Next trip in the early stages of planning to New Guinea. Russia sounds interesting, take care

    love and hugs xxxxx

    Malcolm (& Jean)

  • Els

    Ha! Great to hear from you, miss you guys too. Wish you were here to ride with us, you would love it here certainly the Stans. And we could definitely use a support vehicle with funny people to have a good laugh and share fags and beer 😉
    Hope you’re doing well and hope to meet you somewhere in the future.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.