2010-2011 Azie-Afrika,  Nepal

Een grote stap oostwaarts! – Nepal

Bijna 6 maanden en ruim 20.000 km verder voelt het echt alsof we op de helft van de reis zijn. Dit gevoel wordt nog sterker doordat we vanaf hier, samen met de motors, zullen vliegen naar Thailand. Onze eerste en flinke onderbreking van het overland reizen. Het voelt raar, maar het is niet anders. De grens met Burma vanaf deze kant is gesloten en door China is harstikke duur omdat ze je verplichten met een gids te reizen, die ook een chauffeur nodig heeft en waar je alle onkosten voor moet betalen.

De ‘tweede helft’ zal, verwacht ik, ook een ander karakter hebben. Het zal moeilijker zijn de grote toeristenstroom, van vnl. jonge backpackers, te ontwijken en met de bevolking in contact te komen. Tegelijkertijd is het leuk dat we hier en daar bekenden zullen bezoeken en we op deze manier wel de kans krijgen het land van een andere kant te bezien. Dit begon eigenlijk al in India en nog meer in Nepal. Soms is het moeilijk je te onttrekken aan ‘de toeriststrip’ met al zijn luxe en gemakken en een ander pad te kiezen dan van de ene bezienswaardigheid naar de andere te rijden. We zijn er wel al achter dat we ons dan snel gaan vervelen, hoe leuk en prachtig deze dan ook zijn. Het gewone leven en contact met de mensen onderweg is waar we het meest plezier aan beleven.

Vanuit Pokhara reden we over de belangrijkste Highway richting Kathmandu, om bijna halverwege af te slaan en langs bergen en ravijnen naar Chitwan National Park te slingeren. Een prachtige weg door het groene landschap en onderweg zie ik wel twintig huwelijksceremonies die zich voltrekken in het openbare leven. Optochten en bands die in traditionele kledij op het dak van passerende bussen alvast een opwarmertje spelen.
Chitwan NP is zo’n publiekstrekker, maar zeker de moeite waard. Het kleine dorpje dat grenst aan het park is flink gegroeid met straten vol guesthouses, restaurants, prullariawinkels en cybercafés. We nemen een kamer in een hotel langs de rivier dat na wat onderhandelwerk het mooiste en goedkoopste is. Het blijkt een goede keus want naast het terras aan de rivier komen de Mahouts hun olifanten baden voor ze ’s middags weer op safari gaan.

Omdat we echt graag een tijger willen zien besluiten we alle mogelijkheden te benutten en boeken twee dagen vol safari’s. Eind van de middag gaan we met een jeep het park in. We delen de jeep met een stel uit Vietnam die op een gehuurde Enfield (allebei één) door Nepal rijden. Genoeg om over te kletsen dus. Het leuke van in Azië reizen is dat je ook veel Aziatische toeristen ontmoet. Nooit eerder kwamen we zoveel chinezen tegen bijvoorbeeld. Door de groeiende economie in China zijn er steeds meer middenklassers die de wereld in trekken en zich overal over verbazen. Ik kwebbel er vrolijk op los met mijn Vietnamese vriendin die een zelfde soort humor blijkt te hebben en we worden uitgenodigd om ook naar Vietnam te komen. Heel verleidelijk.
Net als we denken dat het geziene wild blijft bij een krokodil en wat hertjes, zien we op een meter of 15 een neushoorn tussen het hoge gras staan. Hij ziet ons ook en het is een gehavend exemplaar, hij mist één oor en de helft van zijn hoorn, de rest is gespleten. We kijken elkaar een minuut of 5 aan en dan besluit de chauffeur dat het beter is weg te rijden.
De volgende ochtend gaan we in de mist met een kano de rivier af waarna we worden afgezet om terug te lopen, een junglewalk dus. We hadden hier zo onze twijfels over, maar ja, iedereen doet het en ook de touroperators wuiven het mogelijke gevaar weg. Dus staan we in alle vroegte met een Amerikaanse en 2 gidsen met een bamboestok tussen het hoge gras. We krijgen nog wel een uitleg: Er zitten 400 neushoorns in het park. Neushoorns zien slecht, maar hebben een uitstekend reuk- en hoorvermogen en rennen wel 40 km/h. Als je er een ziet en hij wordt agressief, klim dan in een boom. Er zijn beren, olifanten, krokodillen en 225 tijgers. De tijger is een slim beest, als je er een ziet, dan kun je het beste tot je god bidden. Hmm, dit stelt me niet echt gerust, ik heb geen God en de twee gidsen zien er ook niet uit alsof ze ons gaan redden wanneer we in nood zitten. Degene achter mij heeft een polo aan met “Hotel Riverside Gardner” erop geborduurd. Een tuinman met een bamboestok…..

De eerste helft van de wandeling gaan er allerlei scenario’s door m’n hoofd, “wat als…..” en bid ik bijna dat we alsjeblieft niets tegenkomen. Verse neushoornpoep, pies en tijgerpoten doen de spanning alleen maar stijgen, waarom doen we dit in godsnaam? Maar vreemd genoeg neemt dit gevoel af en maken we een leuke boswandeling. Vreemd, want de omstandigheden blijven hetzelfde. Als we op de weg komen waar we gisteren met de jeep waren, waan ik me echt veilig, ah…bekend terrein, terwijl we gisteren hier zowat oog in oog stonden met een neushoorn. Het menselijk brein speelt rare spelletjes. Gelukkig zien we dus nagenoeg niets. Behalve alweer een krokodil, die mijn tactiek om naar de rivier te rennen trouwens behoorlijk heeft ondermijnd, en wat hertjes. En dan gaan we tegen de avond nog op olifant safari. We zijn niet de enige. Er zijn wel 15 olifanten die allemaal 4 mensen in een bakje op hun rug dragen. Maar we hebben geluk, onze olifant gaat samen met een tweede een ander stuk bos in. We zien verschillende soorten herten en het mooie is dat je op een olifant onzichtbaar lijkt voor de rest van het wild. We kunnen er praktisch naast gaan staan, terwijl zij ongestoord door grazen. Blijkbaar kijken ze niet omhoog. En dan, na een tijdje, zien we een neushoornmoeder met haar jong, prachtig! Echt bijzonder. Deze beesten lijken zo uit de prehistorie te komen. Net als de olifant zelf en de krokodillen trouwens. We blijven er een tijdje omheen lopen en zien later, op een open vlakte, nog drie exemplaren. We kunnen er echt ongelooflijk dichtbij komen, zonder dat ze zich aan ons of de olifant storen.
Deze safari levert ons een leuke ontmoeting op met een Amerikaan, Lucas, en een Griek, Alex, die elkaar hier in Nepal ontmoet hebben. En weer een Chinese familie met een jongetje die ontzettend gefascineerd is door de lengte van Merijn. Ook vinden ze ons motoravontuur fantastisch en we gaan met zijn allen op de foto. Met Lucas en Alex gaan we een biertje drinken in ons favoriete lokale restaurant dat we eergisteren ontdekt hebben. De man heeft het inmiddels druk, hij runt het restaurant met zijn vrouw en ze hebben 2 pannen. Iedereen wordt één voor één geholpen en hij heeft geen haast. Wij trouwens ook niet. We zitten met de Amerikaanse, een jonge alcoholist uit Wales, een ouwe Duitser die al jarenlang in Nepal komt, Lucas en Alex dus aan tafel. Het blijkt dat iedereen in dit gezelschap hier zijn baan heeft opgezegd en op zoek is naar iets anders. Wat een toeval. Lucas werkte voor een Amerikaans bedrijf dat de bevoorrading voor Amerikaanse militaire bases, o.a. In Afghanistan, levert. Hij is 30, maar voelde zich 50. Dus heeft hij ontslag genomen en is op reis gegaan zonder plan. Alex is de Griekse crisis ontvlucht. Hij raakt hevig geëmotioneerd wanneer we vragen hoe de toestand er nu is. Hij heeft zijn laatste spaargeld meegenomen en wil een restaurant in Goa beginnen. We moeten allemaal lachen als Lucas de situatie relativeert en verteld hoe de chinezen ‘ziljoenen’ in de Amerikaanse staatsschuld gestoken hebben.

We nemen de Thribhuvan Highway naar Kathmandu. Vanuit de Terai vlakte klimt deze weg omhoog tot een hoogte van ongeveer 2500 meter. In Daman heb je bij helder weer een uitzicht op het panorama van de Himalaya, van de Dhaulagiri in het westen tot de Everest in het oosten. Het is voor het eerst sinds lange tijd dat ik weer echt heel veel plezier heb in het motorrijden. Een grotendeels lege weg met flink wat bochtenwerk, een waanzinnig landschap en genoeg te zien om je over te verbazen. Heerlijk hoe je zo kan wegdromen terwijl je op de automatische piloot je machine onder controle hebt over een uitdagend parcours. In Daman besluiten we te blijven in een guesthouse bij een Sherpa familie, waar we Dal Baht eten en vroeg naar bed gaan. Het is koud en het uitzicht is helaas mistig. Ook als we opstaan is het mistig. Jammer, maar het blijft een prachtige weg met groene rijstterrassen tot hoog in de heuvels.

Kathmandu is een apart stuk Nepal. Er is plotseling hoogbouw, het verkeer komt tot stilstand en de lucht is vervuild. We rijden naar Thamel, de toeristenwijk die uitpuilt met souvenirs, outdoor-gear, hotels en restaurants met pizza, steak, bier en andere geneugten die de toeristen zich wensen. Alhoewel het beter lijkt dan het is. Ons hotel, een beetje aan de rand, beloofd 24h hot shower, maar zoals op de meeste plekken in Nepal zijn er flinke powercuts en is er in de praktijk soms 14 uur geen stroom. Veelal in de avond vreemd genoeg. Ook de douche blijft koud en het water bruin.

Bij Suraj, onze exporteur voor de motorfietsen komen we Helen en Neil weer tegen. Zij zijn hier één dag eerder aangekomen en hebben al een plannetje gemaakt om naar Bangkok te gaan. Helaas zal het voor hun anders uitpakken. Helen heeft slecht nieuws van de dokter gekregen en ze gaan naar huis. Wat een pech!!
Suraj is een aardige vent die veel ervaring heeft en het allemaal zo relaxt mogelijk voor ons probeert te regelen. We prikken een datum en moeten 3 dagen van te voren de motoren inpakken op het vliegveld. Hij laat de timmerman de maten nemen zodat er een krat getimmerd kan worden. Ondertussen gaan wij, nu we onze motors nog hebben, op bezoek bij Olivier en Sareena, oftewel Raikoris, een Nepalese punkband die we via via kennen. Het zijn echt leuke lui en we voelen ons meteen thuis. Ze wonen op een heuvel aan de rand van een dorp net buiten Kathmandu. Het huis hebben ze zelf gebouwd. Olivier komt uit Frankrijk, woont al 21 jaar in Nepal en spreekt beter Nepalees dan Sareena, die Nepali is maar haar jeugd heeft doorgebracht op een kostschool in Engeland. We hebben interessante gesprekken over de politieke situatie in Nepal, waar het volk (uit de bergen) de revolutie gewonnen heeft, gepolitiseerd door de Maoïsten, en het koningshuis is afgezet. Helaas blijken (ook hier) de politieke leiders niet in staat de behoeften van het volk om te zetten in daden, maar buigen en vallen zij voor de corruptie en de politieke spelletjes van de heersende elite in Kathmandu.
Traditie, familie en religie staan hoog in het vaandel en de positie van de vrouw is wederom geen vrolijke. Zo worden vrouwen als ze menstrueren verbannen naar een hutje aan de rand van het dorp waar ze soms sterven van de kou. De situatie lijkt veel op de Indiase, de grote meerderheid is Hindu, alhoewel vaak vermengd met boeddhisme en kaste en arranged marriages spelen een grote rol in de samenleving. Tijdens een later etentje met Suraj blijkt hoe conservatief de hoofdstedelijke middenklasse is. Alles wat we gehoord hebben bij Olivier en Sareena verwerpt hij. Terwijl hij zichzelf als modern beschouwd houd hij er voor ons nogal conservatieve ideeën op na. Ook als we worden uitgenodigd bij hem thuis kunnen we met eigen ogen aanschouwen dat de vrouwen in de ‘joint family’ er toch vooral zijn om te koken, serveren en het huishouden draaiende te houden. Het zal denk ik nog echt lang duren voordat er hier dingen veranderen en de nieuwe regering is erg fragiel, een nieuwe burgeroorlog of militaire coup ligt op de loer.

We hebben nog een paar leuke dagen in Kathmandu waarin we nog wat gaan ‘sightseen’ en ontbijten en eten met Helen en Neil. De oude stad van Kathmandu is echt leuk, met kleine, drukke straatjes waar van alles gemaakt en verkocht wordt op straat en in ‘hole in the wall’-winkeltjes. En daartussen eeuwenoude tempeltjes, houtsnijwerken en stupa’s op pleintjes waartussen het gewone leven zich afspeelt. Echt grappig, op één pleintje staat tussen een speakerwinkel en een restaurantje een klein boeddha-beeld uit de 5de eeuw. Je moet het maar weten, anders loop je er zo voorbij. Het valt me op dat Nepalezen erg religieus zijn, overal wordt gebeden en geofferd, zelf bij de kleinste godenbeeldjes. De rituelen zien er erg complex uit en de tempels chaotisch.
De grootste stupa van Nepal staat in de Tibetaanse wijk en is de belangrijkste voor Tibetaanse boeddhisten buiten Tibet. Om de stupa heen lopen Nepalese en Tibetaanse Boeddhisten, monniken in rood/paarse gewaden en westerlingen te bidden, terwijl ze aan de gebedswielen draaien. De boeddhistische tempels zien er rustgevend en vrolijk uit met hun overal wapperende kleurige gebedsvlaggetjes. En toch snap ik het niet. Volgens mij wilde Boeddha de mensen een levensles leren, een goede manier van leven. Hij wilde geen opvolger en wilde niet vereerd worden. En toch is dit uitgegroeid tot een religie als ieder ander met rituelen, vereringen, grote gouden afbeeldingen, gebedshuizen, kloosters en dergelijke.

Na een, ditmaal echt, afscheid van Helen en Neil, zijn we op het vliegtuig gestapt naar Bangkok. Nepal was een fijne verrassing, misschien komen we nog wel eens terug. Uit het raampje zien we boven de wolken nog een aantal besneeuwde bergtoppen. Ik neem er nog een paar foto’s van en laat vervolgens mijn camera in het vliegtuig achter. Oeps, maar eigenlijk wilde ik toch een nieuwe kopen. Deze had kuren na Iraans zandhappen en een val van een ophangbrug in de bergen op een rots en in de rivier.

Echt raar. Drie uur vliegen en we zijn in een totaal andere wereld beland. Weg, geleidelijke overgang. Wat een cultuurshock. Het is vochtig en warm, luxe, schoon, 24h elektriciteit; een voor ons futuristische stad met zijn wolkenkrabbers, shopping malls en skytrain.
Gisteren de motors opgehaald en uit hun houten kistjes bevrijd! Kostte ons een hele dag. Maar hierover binnenkort meer….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *