Azie-Afrika 2010-2011,  Thailand

Back to the future…….and back again – Thailand

Ken je dat gevoel? je ligt in bed en overal waar je arm je lichaam raakt ontstaat langzaam een plasje zweet. Dat je ’s nachts buiten op het dak staat te wachten op een klein windvlaagje. Vandaag heb ik voor het eerst tijdens het rijden mijn helm-klep dicht gedaan tegen de hitte in plaats van tegen de kou, stof of regen. Overal waar je hier komt om wat te eten, drinken of slapen zetten ze een flinke ventilator op je gericht. Je staat de hele dag in de wind. We zijn in Cambodja.

Eigenlijk was het vliegen best saai, een paar uur vast in een stoel zonder film, beenruimte of lekker uitzicht. Maar het deed waar het voor bedoeld was, we kwamen aan in Bangkok. Het duurt even voordat ik doorheb dat we in de toekomst beland zijn. Een beetje zoals Nederland maar dan extremer. Over automatische loopbanden en roltrappen worden we een half uurtje langs reclameborden vervoerd en komen zo terecht in de skytrain richting het centrum. Overal zie ik geen vuilnis, luxe auto’s, fly-overs en nog meer reclame. De mensen in de trein zien er keurig verzorgd uit. Ze spelen met hun telefoons en kijken ongeïnteresseerd voor zich uit.

We zijn niet vergeten hoe deze orde werkt en er gaan dan ook weinig seconden verloren voordat we aankomen in het appartement van Tessa. Tessa is een vriendin van ons die regelmatig in Bangkok werkt maar nu in Indonesië zit. We hebben dus het rijk alleen. ’s Nachts slapen we beiden slecht. Het bed is keihard en de hitte maar net uit te houden.

Met een dik hoofd stappen we ’s morgens weer in de skytrain richting het vliegveld. Onze motoren zijn aangekomen in de cargo hal van Thai airways. We hebben een bonnetje waarop staat dat de pakketten van ons zijn en hiermee stappen we het kantoor van de douane binnen. Het blijkt dat we eerst het originele document moeten gaan halen bij het kantoor van Thai Cargo. Dat kantoor ligt binnen het douanegebied dus daar heb je een pasje voor nodig. Afijn wij van kantoor naar kantoor en weer terug naar de douane en weer terug naar Thai Cargo omdat er een ander papiertje ontbreekt. Het wordt later en later maar we blijven constant in beweging.

We leggen flink wat kilometers af. Overal worden we goed geholpen en iemand probeert ons te naaien. Als we voor de derde keer bij de douane aankomen is het lunchtijd. Een uurtje later blijkt dat alle papieren er zijn maar dat die allen nog drievoudig gekopieerd dienen te worden. De douane voorziet nu alle papieren van meerdere stempels en geeft ons weer een ander pakket papieren met nog meer stempels. Hiermee kunnen we de motoren gaan claimen bij Thai-cargo.

Het is inmiddels over tweeën en ik knijp ‘m een beetje of het vandaag nog gaat lukken. De Cargohal sluit om vier uur en de motoren zitten nog in houten kratten en zijn gedeeltelijk uit elkaar gehaald. Als een speer slopen we de kratten en bouten onze onderdelen waar ze horen. Uiteindelijk hebben we toch nog helpers die geld willen maar goed… Om tien over vier verlaten we bezweet en tevreden het vliegveld. De hele stad staat muurvast maar wij zoeven er langzaam tussendoor. Yes, we rijden in Bangkok!

De volgende dagen besteden we met winkelen. Bangkok is een winkel paradijs en we hebben flink wat nodig. Een nieuwe camera voor Els (oude beetje stuk en nu ook kwijt), externe harde schijf om onze foto’s op de backuppen en natuurlijk kleren. We bezoeken de ene na de andere shopping mall. Het is leuk om te zien hoe de mensen in deze wijken zich kleden. Veel vrouwen op hakken en in korte rokjes, ook veel lady boys in nog kortere rokjes. In! zijn die truttige bloesjes zoals onze oma’s die in de jaren 50 droegen. Populair zijn ook de contact lenzen die je pupillen groter maken. Zodat je er een beetje als een manga karakter uit gaat zien. De populaire Japanse comics. Ik voel me een beetje een slons hier in mijn versleten kleren met mijn half jaar niet geknipte haar. Maar het doet me niet echt veel. Ook al lijk ik niet op hen en ben ik twee keer zo lang en twee keer zo oud, ik ben toch zeker een van hun. Ik bevind me hier tenslotte tussen de happy few.

Nog geen jaar geleden stonden hier de malls in brand. Militairen schoten op demonstranten en over en weer vielen doden. Aan de ene kant de gelen van het leger en de koning en aan de andere kant de Politie en Taksin aanhangers, de roden. In de winkelstraten gaat de kooplust er niet meer gebukt onder. Wat overblijft is een enorm versterkt nationalisme. Op iedere hoek van de straat vlaggen en portretten van de koning. Kritiek is niet welkom. Voor je het weet ben je als activist ingedeeld bij de roden en staatsvijand.

Ondertussen vermaken wij ons hier prima. De straten zijn gevuld met eetstalletjes waar we veel gebruik van maken. Het Thaise eten is echt lekker maar ook erg heet en je moet uitkijken wat je besteld. We zien hoe iemand een salade vult met levende aaltjes en we eten soep met varkens lever en ingewanden.

Na een bezoekje aan een vis-spa waar kleine visjes je dode huidcellen opknabbelen vinden we het uiteindelijk genoeg en stappen we op de motor richting de Cambodjaanse grens. De Thaise wegen zijn goed en de deelnemers beschaafd. We moeten nog wel wat werken aan onze manieren. Weer knipperen, minder toeteren,… Gelukkig mogen we nog wel aan de verkeerde kant inhalen. We besluiten een waterval te bezoeken maar keren om bij de poort omdat er entree geheven wordt. Net dan begint het verschrikkelijk te regenen. Regen, … dat hadden we sinds halverwege Turkije niet meer gezien. Het is een tropische bui maar hij houd aan en we besluiten het er in onze pakken maar op te wagen. Niet lang daarna is het weer droog en warm. We slapen uiteindelijk aan de grens in Aranyaprathet.

Onze lonely planet is al een paar jaar oud en de weg van de grens naar Siem Reap blijkt geen nachtmerrie meer te zijn. De wereld wordt steeds minder avontuurlijk. Ook de grens overgang is een makkie en niemand doet een serieuze poging ons te rippen. De enige vertraging wordt veroorzaakt door een ambtenaar die ligt te slapen en voor ons uit bed moet worden gehaald. Zo bereiken we ruim voor donker de stad die is omgeven door de beroemde tempels van Ankhor Wat.

Jaren geleden, vanaf het jaar negen honderd of zo liet een hele riks zelfbenoemde god-koningen hier door hun slaven enorme steden en tempels bouwen. Uiteindelijk heeft de jungle het merendeel hiervan opgeslokt. Omdat steen alleen gebruikt mocht worden voor de bouw van tempels zijn de sporen van de steden geheel verdwenen. Deze overblijfselen zijn nu een goudmijn voor de beheerders. De Cambodjaanse staat, een hotelketen en een oliebedrijf.

Door een agent worden we tegengehouden, geen toeristen op motoren toegestaan in het park. Waarom? Te gevaarlijk voor jullie. Maar we reden net van Nederland naar hier zonder problemen… De wet is de wet… Maar onze gids zegt dat het wel kan… De wet is de wet… Wel kan hij een brommerkoets voor ons regelen. Uiteindelijk belanden we voor 18 dollar in de koets van, waarschijnlijk zijn neef. We zijn hier de hele dag boos over. Hoe kan die lul… waarom deden we niet dit… aaargh…

Maar tussendoor genieten we van de omgeving. Waanzinnige bouwsels, rijen hoofden, slangen met vijf of zeven koppen, enorme poorten, torentjes, bergen stenen. Overal zijn groepen bezig met renovatie. Chinezen, Fransen, Indiërs,… Je moet goed kijken wat echt is en wat nieuw. Het meest indruk maken de resten waar geen renovatie plaats vind. Hier is alleen een deel van de jungle weggehaald en zijn de grote bomen blijven staan. Het is prachtig hoe enorme woudreuzen de resten van deze beschaving in hun greep hebben. Na de zoveelste tempel slaat het cynisme een beetje toe en richten we ons op de andere toeristen. Ook best bijzonder, al die mensen, overal vandaan, allemaal verschillend maar toch allemaal hetzelfde merk camera. De rest van de dag maken we foto’s van mensen die foto’s maken en gaan uiteindelijk zeer tevreden terug naar ons hotel.

Vandaag rijden we eerst 100 km terug om vervolgens naar het zuiden af te slaan richting Battambang. Cambodja is een stuk armer dan Thailand. Op de weg minder auto’s en meer brommertjes. Alles gaat mee op de brommer, je kind van twee maanden, twee varkens, 50 kippen, in een karretje 3000 liter benzine, een bamboestengel van zes meter, noem maar op. Langs de weg zijn mensen aan het vissen in zelf gegraven modderpoelen. Het Tonle Sap meer groeit in het regenseizoen enorm. Als het water zich uiteindelijk terugtrekt blijven vissen achter in de poelen langs de weg. Het is vandaag weer verschrikkelijk heet. Het vreet echt aan je energie. Als we uiteindelijk rond tweeën een hotel vinden zijn we dan ook toe aan een welverdiende siësta.

Het is soms vechten tegen de lamlendigheid, of eraan toegeven zoals we vandaag doen. Rondom Battambang is van alles te beleven. Je kan er op een trein van bamboe over een Frans koloniaal spoor rijden er zijn verschillende tempels, grotten en rivier, noem maar op. Maar vandaag doen we niets, we ontbijten, lunchen en eten ’s avonds nog wat, verder kijken we films op de laptop slapen en surfen op het web. Effe geen attracties, geen cultuur geen polonaise. Toch zijn we nog wel een beetje productief, we kopen een liter kettingolie.

Zo, vandaag maar weer eens vroeg op staan. ’s Ochtends is het nog lekker koel en als we vandaag op tijd aankomen in Kampong Chhnang kunnen we nog een kijkje nemen in een van de dorpen die daar in de rivier drijven. We hebben ons Cambodja plan van internet gepikt. Een van de avontuurlijke reisbedrijven had een leuk reisschema met veel off-road rijden. Cambodja is een van de landen waar nog veel onverharde wegen zijn en dat lijkt ons ook wel wat. Maar als we vandaag een stuk zandweg nemen zakt de moed ons al snel in de schoenen. Teleurgesteld draaien we om, terug naar het asfalt. We zullen moeten oefenen door het te doen. De zandwegen laten een heel andere wereld zien die echt de moeite waard is. Maar voor nu lijkt het risico iets te breken te groot.

Als we in Kampong Chhnang in de haven op zoek gaan naar een boot hebben we al snel een vrouwelijke kapitein gevonden die ons wil rond peddelen. We zitten in een lage kano en glijden zo langzaam door een drijvend dorp. Het zijn voornamelijk etnische Vietnamezen die hier wonen. Alles drijft hier, de woningen, de winkels de werkplaatsen, de kippenhokken, … Het is echt ongelofelijk hoe deze mensen met hun omgeving vertrouwd zijn. Overal wordt gevist en wassen mensen zich, een klein meisje komt langsdrijven in een grote afwasteil. Ik kijk mijn ogen uit en els klikt er stevig op los. We dobberen letterlijk door de achtertuinen van de mensen, privacy is hier niet veel maar we worden vriendelijk toegelachen en de kindjes geven ons luchtkusjes.

We hebben de vaart er stevig in, vanaf hier is het nog geen honderd kilometer naar de hoofdstad Phnom Penh. We zullen hier op zoek moeten naar onderdelen. Een hele uitdaging in dit deel van de wereld. Els haar ketting en tandwielen zijn onverwacht ineens volledig versleten. Ik maak me wel wat zorgen over een tikkende benzinepomp. Verder doen de bikes het nog best goed. We hebben wat gps coördinaten van een repairshop gevonden maar als we daar aankomen blijkt er niets te zijn. Plots hoor ik naast me een vrouw enthousiaste geluiden maken. Wij zijn ook bikers zegt ze, we zitten hier in het hotel met nog vier andere overlanders…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.