2010-2011 Azie-Afrika,  Egypte

Allemachtig Prachtig!

Na 42.178 km ongeveer zijn we beland in Alexandrië. We kijken uit over de Middellandse zee. Het plan om hiervandaan de boot te nemen en naar huis te rijden is gestrand. De motoren gaan in een container richting Rotterdam en wij vliegen. Buiten is de temperatuur gezakt tot 30 graden. Het voelt fris aan na de verschroeiende hitte van Soedan. Mmm, dat zal bibberen worden thuis. Ja ja ik weet het, we hebben geen recht om te klagen. Het was een heerlijk jaar, misschien moeten we dat nog maar eens doen. 

In Egypte krijgen we geen warm welkom. Als we van de boot afstappen staat Kamal ons op te wachten. In Soedan hebben we uiteindelijk een keuze gemaakt tussen de twee beschikbare fixers die ervoor kunnen zorgen dat onze motoren legaal in Egypte op de weg kunnen. En dat was niet Kamal… Hij doet echter alsof hij van niets weet en loodst ons het kantoor van een bevriende douaneambtenaar binnen waar we te horen krijgen dat we Kamal moeten gebruiken. Deze chagrijnige douanier eist onze paspoorten die hij vervolgens alleen gebruikt om dutyfree sigaretten te kopen. Maar voorlopig hebben we nog geen fixer nodig, het is namelijk onduidelijk wanneer de motoren aan zullen komen. We hopen voor het eind van de Ramadan, omdat dan alles drie dagen dicht is. Niet veel later liggen we op het dak van een hotel in het zwembad. Om ons heen de stoffige stad en brullende moskeeën. We zijn in Aswan.

Die avond drinken we bier in een restaurant aan de Nijl. Iedere dag in Soedan hebben we hier over zitten fantaseren samen met de Australiërs. En het is zo lekker als we dachten. Helaas roken Els en ik ook een paar sigaretten. We hebben ons zelf wijs gemaakt dat we iets te vieren hebben en ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan, maar doe het toch. We bellen nog maar eens met Mazar, ons contact in Soedan, waar de boot met onze motoren blijft en we komen er achter dat die nog moet vertrekken. De boot is stuk. Uiteindelijk zitten we tien dagen vast in Aswan. 

Langzaam maar zeker beginnen we deze Egyptenaren te haten. Bij iedere financiële transactie word je genaaid. Ook als je een fles water koopt vragen ze je drie keer de prijs. Het hotel wordt een veilige zone. Op straat ben je niet meer dan een zak geld die gemolken moet worden. Allemachtig prachtig, kijken kijken niet kopen, goedkoper dan de Hema, Mister, Yes Hello! Ik heb wel geleerd dat mensen op plekken waar veel toeristen komen minder respectvol worden, maar zoals hier heb ik nog nooit gezien. Touts!

Dan is het zover; de Ramadan feesten zijn over, de motoren aangekomen. We zijn het met de fixer Mohammed eens geworden dat we hem alleen $20 betalen en nog 800 Egyptische pond. Op internet lazen we dat alle diensten hier onder een hoedje werken. Als je geen fixer gebruikt kan het proces wel acht dagen duren. Vanmorgen worden we door hem opgehaald. Een lange dag van bureaucratie en corruptie ligt voor ons. We hebben eerst een stempel in ons carnet nodig van de vriend van Kamal. Die maakt er zoals verwacht een probleem van dat we Kamal niet gebruiken. Mohammed maakt de nodige grappen, blijft lachen en regelt baantjes voor Kamal die ons de hele dag weigert aan te kijken en uiteindelijk toch nog $50 krijgt. Een jonge militair loopt ondertussen nogal brutaal te flirten met Anne, Els en Jean. Als het hem niet lukt genoeg glimlachen terug te krijgen, probeert ie geld te eisen van Malcolm en verdwijnt als het allemaal op niets uit lijkt te lopen. Uiteindelijk zal Mohammed hem toch nog wat toe moeten stoppen om ons uit de poort te laten. Ook de mensen op de boot die voor zoveel vertraging zorgden willen nog wel wat bakshees graag. Uiteindelijk lukt het dan toch allemaal en met een Egyptisch rijbewijs en Egyptische nummerplaten vertrekken we direct. Weg uit Aswan.

Onderweg proberen we nog wat brood te kopen en raken direct aan de praat. Ik met een man en een paar jongens die overlopen van enthousiasme en Els met een volledig gesluierd meisje dat ons brood betaald en ons drankjes geeft. Het doet ons goed weer vriendelijke mensen tegen te komen. Nog geen 80 km verderop vinden we een guesthouse in een oude Nubische compound aan de Nijl. Heerlijk rustig en eindelijk weer zelf koken en kamperen onder de sterrenhemel.

Er zijn drie wegen naar het noorden van Egypte. Het lijkt het snelste om de Nijl te volgen, maar hier langs de Nijl wonen vrijwel alle Egyptenaren. Dat betekent veel speedbumps en geen enkel plekje om te kamperen. Een andere optie loopt door de westelijke woestijn. Els en ik waren hier al eerder en ons bezoek aan de witte woestijn zullen we nooit meer vergeten. Een waanzinnig leeg landschap met witte paddestoelachtige rotsformaties. We willen het de anderen graag laten zien, maar eigenlijk hebben we allemaal niet meer zo’n trek in de verschrikkelijke hitte daar. We kiezen dus voor de oostelijke kustweg langs de rode zee. De Australiërs besluiten ons te volgen, maar willen graag eerst nog een bezoek brengen aan Luxor. Wij gaan mee.

Het is heerlijk weer onderweg te zijn. Het is hier langs de Nijl erg druk en we kijken ons ogen uit. Het water van de Nijl brengt hier een smalle strook leven in de woestijn. We rijden langs lange kanalen van waaruit dieselpompen het water over het land verdelen. Langs de weg voor en na ieder dorp passeren we verlaten wegblokkades. De politie heeft zich teruggetrokken na de revolutie. Het leger is aan de macht, maar die laten reizigers met rust. Ik merk dat ik eigenlijk weinig benul heb van deze revolutie. De oude machthebber is weg maar veranderd er eigenlijk wel wat? Mubarak krijgt een proces maar iedereen gaat er vanuit dat ie wordt opgehangen. Er zijn nu snel verkiezingen, maar de enige kandidaten komen uit de oude regering of uit het leger. Het lijkt erop dat de revolutie nog niet echt klaar is hier.

Luxor is wellicht een nog groter toeristenhol als Aswan. Het stikt hier van de oude tempels en graven. De Nijl ligt vol met grote cruiseschepen. Bijna allemaal leeg omdat de toeristen na de revolutie massaal weg blijven. We vinden een camping en als we ’s avonds wat boodschappen doen krijg ik ruzie met een jonge gids die ons niet in de steek wil laten. We proberen het eerst netjes, maar uiteindelijk verlaat ie ons pas boos als ik ‘m in zijn eer raak met een paar lullige opmerkingen. Niet veel later heb ik alweer ruzie. Dit keer met een koetsier. Ik vertel hem dat we geen koetsrit willen maar hij blijft aandringen. Als ik stop en vraag of hij weg wil gaan flipt hij uit. Hij is Egyptenaar en het is zijn land dus mag ik hem niet vragen weg te gaan. Ik merk dat ik op het kookpunt zit en hem met mijn opmerkingen alleen verder uit de tent lok. Het loopt geloof ik net niet uit de hand. Briesend lopen we terug naar de camping.

Toch is het een bijzondere plek en we zijn hier nu toch dus trekken we er een dag voor uit om wat te gaan zien. Ik neem me voor me niet meer boos te laten maken. Eerst bezoeken we Karnak, een tempelcomplex waar zo’n 1500 jaar lang gebouwd werd ter ere van de goden. In gebruik vanaf rond 2000 voor Christus, nu is het een indrukwekkende berg stenen. Je kan nog goed zien hoe prachtig het ooit moet zijn geweest. Pilaren, kaarsrechte obelisken en granieten standbeelden, alles vol met gebeeldhouwde hiërogliefen. Echt indrukwekkend. Rond een uur of tien trekken drommen toeristen mijn aandacht weg van het oude. De mens in 2011. Veel Russen en Fransen. Haast allemaal dik, verbrand en in het wit. Het is een lachwekkende vertoning. Maar ja, zelf zien we er natuurlijk ook niet uit. Onze kleren zijn vuil, versleten en verkleurd door de zon. Anne en Reiniers kleren zitten vol gaten. Onze Australische vrienden passen met hun safaripakjes meer thuis in de toeristenstromen van zuidelijk Afrika.

Aan het eind van de middag bezoeken we de Valley of the Kings. Een kurkdroge vallei waar ooit meer dan zestig Farao’s begraven lagen met hun schatten waaronder Toet-ank-amon. We bezoeken een paar van de tombes en het is zeker de moeite waard. De gangen naar de dieptes van de berg zijn druk versierd met uitgebeitelde hiërogliefen en afbeeldingen. Vaak nog in prima conditie en in kleur. Echt mooi. Iemand heeft zijn naam in het kalk gekrast in 1822. Ik denk nog: Wow dat is oud! Maar vergelijk dat eens met 3500 jaar geleden. Het is haast niet voor te stellen. Als we even later op het toeristentreintje wachten raak ik aan de praat met een paar jongens. Ik vraag ze uit welk land de meeste toeristen komen, waarop er een aangeeft dat er maar één reden is dat al die Russische vrouwen hier naar toe komen. Hij knipoogt erbij en knijpt zijn hand tot een vuist. Ik vraag hem niet waarom al die Russische mannen hier zijn, maar zeg hem dat hij dan wel uit mag kijken dat hij geen ziektes oploopt. Lichtelijk ontdaan verliest hij al snel zijn interesse in mij en begint met zijn telefoon te spelen. Ik bedenk me dat ik deze mensen waarschijnlijk zo aan het afzeiken ben als een soort van wraak op mijn eerdere ervaringen met Egyptische figuren. Het voelt in ieder geval goed.

Na Luxor verlaten we de Nijl. We rijden naar het westen en al na een paar kilometers zijn we weer in de woestijn. Onderweg hebben we contact met onze verscheper in Alexandrië. We spreken af er over drie dagen te zijn. Ineens slaat het toe, het is allemaal snel voorbij. Wat gaan we nog doen om deze laatste dagen zo intens mogelijk te beleven? We hopen op een mooie verlaten plek aan de Rode Zee met schaduw, maar het blijkt een illusie. We vinden niets waardoor we uiteindelijk in Hurghada terecht komen. Precies de plek waar we niet heen wilden. Hurghada is het terrein van de packagedeals en grote resorts. Alles is hier nep, groot en lelijk. Het lijkt op Las Vegas maar dan goedkoper. We passeren honderden resorts in aanbouw maar de bouw ligt stil. Publieke toegang tot het strand bestaat niet. Uiteindelijk stoppen we om te lunchen in de schaduw van een beautysalon. We zijn er goed chagrijnig van en maken ruzie over wat we moeten doen. Verder zoeken naar een mooie plek weg van dit alles hier? Of toch de walging wegslikken aan de rand van het zwembad met een biertje? Mijn voorkeur gaat uit naar het laatste. We besluiten toch nog een poging te wagen, maar draaien na 30 km weer om omdat de kust hier is bezaaid met militairen en olie-installaties.

Het bizarre is dat, onder water dit gebied een van de mooiste plekken ter wereld is. ’s Morgens stappen we aan boord van een all-in cruise en besteden de dag met duiken en snorkelen. Het stikt hier van de vissen in alle soorten en maten. Je zwemt door enorme scholen en niemand lijkt echt bang voor je. Het is echt prachtig en aan het eind van de dag lijken we weer een beetje meer op de andere aangebakken en ingevette toeristen.

De komende dagen zullen we flink door moeten rijden en al vroeg zijn we weer op pad. We volgen de zee en rijden richting Suez. Het lijkt wel of iedere Egyptenaar hier een half resort heeft neergezet. Haast niets is af. Hoe kan dit ooit allemaal vol zitten met toeristen? Plotseling zijn Els en ik nog maar alleen op de weg. Waar zijn de anderen? Keren is geen optie, het is druk dus we besluiten te wachten. Pas na een kwartier komen de anderen weer in zicht, maar ze maken niet het OK signaal dat zo gebruikelijk is geworden. Ze lijken flink in paniek en Anne schreeuwt dat we moeten opschieten en wegwezen. Even later horen we hun verhaal. Reiniers motor kreeg pech vlak na een militaire basis. Doorrijden was geen optie en tijdens het sleutelen kwam er een auto aangescheurd met militairen die eruit sprongen en onze vrienden bedreigden en een automatisch geweer met bajonet op hen richtte en doorlaadde. 

Met de lunch nemen we afscheid van Malcolm en Jean. We hebben meer dan drie weken met ze opgetrokken en we hebben er geen spijt van. Echt leuke mensen! We spreken af contact te houden en elkaar in Amsterdam weer te zien. Niet veel later zie ik Reiniers ketting de lucht in vliegen. Hij is op vier plekken gebroken. Gaat het dan toch nog mis zo vlak voor het einde? Gelukkig heeft Els nog een ketting die passend te maken valt en Reinier en Anne vertrekken om op zoek te gaan naar een garage. Els en ik lezen onder de tarp een boekje en snorkelen. Als het ze uiteindelijk weer is gelukt de motor te fixen is het al laat. We besluiten de motoren het strand op te rijden en aan zee te overnachten. Een heerlijk plekje, dit is precies wat we eerder zochten. Het is al donker als we aan het koken zijn en er twee schimmen opduiken. Het zijn militairen. This is our place, you leave after dinner, welcome to Egypt!, Shit…

Vandaag is de laatste etappe. We hebben gisteren laat nog een plek gevonden op de parkeerplaats van een restaurant. Al snel verlaten we de rode zee en rijden we de woestijn in richting Cairo. Het besef dat dit de laatste dag is geeft me een brok in mijn keel. Wat ga ik allemaal missen als we straks thuis zijn. Nog een keertje poepen in de woestijn. Als we stoppen om wat te ontbijten blijkt dat Reiniers motor flink olie lekt. De ketting heeft een gat in zijn carter geslagen, met wat vloeibaar staal weet hij het gat redelijk dicht te krijgen. We rijden langs Cairo en waren niet van plan om er te stoppen totdat we plotseling links van ons de piramides van Giza zien verschijnen. We kunnen het niet laten even te stoppen en te poseren maar we worden direct gek gemaakt door de lokale verkopers en snel rijden we weer door naar Alexandrië. 

Alexandrië voelt gelijk goed. We tuffen wat door de stad op zoek naar een niet bestaande camping en overal om ons heen zijn de mensen vrolijk en vriendelijk. De stad heeft een mediterrane uitstraling met veel oude gebouwen en zelfs trams. Niet veel later vinden we een hotel met uitzicht over de haven. We zijn klaar! Het is ons gelukt zonder botbreuken (niet zonder kleerscheuren) de halve wereld over te reizen. Wat een jaar, heerlijk! Geheel tegen verwachting gaat het prima met het verschepen van onze motoren. We hebben een Schiedams bedrijf gevonden met contacten in deze stad. Een hele dag begeleiden drie mensen ons van hot naar her om de benodigde stempels te verzamelen. We moeten zelfs een verblijfsstatus regelen. Vandaag zijn de motoren op een truck richting de haven gegaan en hebben we een ticket naar huis geboekt. Over drie dagen zijn we thuis. Ondertussen hebben wij nog even de tijd om per trein naar Cairo te reizen, een museum te bezoeken en de revolutie van dichtbij te aanschouwen.

Thuis is de zomer voorbij. In mijn hoofd heb ik al een klein lijstje van dingen die ik ga doen. Nieuwe bril bestellen, bed bouwen, kamers opknappen, veel mensen bezoeken waaronder vijf keer op kraamvisite en oh ja,… op zoek naar werk. 

Wellicht is dit wel het laatste verslag. Ik zal het publiek missen, we hebben inmiddels haast driehonderd volgers. Begin oktober geven we een feest en kunnen jullie onze 13.000 foto’s komen bekijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *