Rondje USSR 2019

Zicht op de zijderoute

Na vier dagen kamperen achter de aardverschuiving is de weg dan eindelijk vrij, bevrijd uit de Bartang vallei! We rijden met zijn vieren naar Rushon waar we kunnen tanken, lunchen en onze voorraadjes weer aanvullen. We kiezen voor de noordelijke route naar Dushanbe. Door de bergen in plaats van langs de rivier. Een slechtere weg maar minder heet. We maken toch nog redelijk wat kilometers en kamperen met uitzicht op een Afghaanse vallei. Stefan heeft slecht geslapen door diarree, Marvin heeft haast omdat zijn visum afloopt. Wij besluiten bij Stefan te blijven en rustig aan te doen. Marvin gaat vooruit en wil voor het weekend op en neer naar Uzbekistan om zijn tweede visum te kunnen activeren. Daarna kunnen we met zijn vieren nog naar de Fan mountains en de 7 lakes, een ander berggebied in Tadzjikistan.

De noordelijke route blijkt een goede keuze, prachtig landschap met een ijsblauwe rivier, een hoge pas met groene bloemenweide, bijzondere dorpen, een canyon en inderdaad een bijzonder slechte, zeg maar geen weg, maar daarom weinig verkeer en voor ons leuk om te rijden.

De tweede dag, inmiddels goed asfalt en zo’n 100 kilometer vóór Dushanbe hoor ik opeens een raspend geluid aan de zijkant van mijn motor. Het is alsof mijn standaard uitstaat en over de weg sleept of dat er een steen tussen mijn ketting zit maar dat is het allebei niet. Stoppen dus want het klinkt niet goed. Het geluid lijkt onder uit het blok te komen, maar het is zo stoffig dat het ook niet slim is hier uitgebreid te gaan sleutelen. Ai! Wat te doen, ik word er wel een beetje verdrietig van want ik heb geen idee behalve dat ik denk dat het echt niet goed is. Zou het nu dan echt afgelopen zijn? Merijn gaat hulp zoeken, iemand die de motor naar Dushanbe kan brengen. Beelden van Anne en Reinier, een kapotte motor opgehesen in een boom en een lift met twee motoren achterin een Kleenex auto naar Nairobi gaan door mijn hoofd. Toen is het uiteindelijk ook gelukt en ik probeer de hoop erin te houden.

Stefan reed vooruit en zijn we nu kwijt, die staat misschien ergens te wachten en zich af te vragen wat er gebeurt is en wat hij moet doen. Inmiddels regent het zelfs een beetje, ik schuil in een bosje en af en toe stopt er iemand om te vragen of alles goed is. Dan steek ik mijn duim maar omhoog en wacht verder op Merijn. Die komt gelukkig vrij snel met twee jongens in een busje achter zich aan. We laden de motor in het busje en rijden in één klap naar het Bike House in Dushanbe. Daar hadden we al eerder contact mee over onderdelen en we hebben een telefoonnummer van Aziz, de mechanic daar. Merijn rijd op de motor achter het busje aan. Dat vind ik wel fijn omdat we allebei geen werkende telefoon hebben en er toch wat onduidelijkheid was waar we elkaar weer zouden zien.

Het Bike House in Dushanbe is eigenlijk een motorclub waarvan de leden, zo’n vijftien, gezamenlijk een plek huren waar ze kunnen sleutelen en hangen. Maar er komen dus ook toeristen die de garage kunnen gebruiken en hulp kunnen krijgen van Aziz. Hij luistert naar mijn motor en weet meteen wat er aan de hand is; de schroeven van het dynamo zijn losgekomen en nu is het dynamo en de zijkap stuk. Dynamo zelf is in Rusland te bestellen, de kap wordt moeilijker. En nu blijkt dat dingen die voor ons heel gewoon zijn in Tadzjikistan niet zo vanzelfsprekend zijn. Pakjes vanuit het buitenland laten komen is heel moeilijk omdat postbedrijven als DHL zich allemaal hebben teruggetrokken vanwege corruptie. Geld pinnen of overmaken naar buitenlandse rekeningen gaat ook niet zomaar. Uiteindelijk vinden we een goede oplossing. De jongens in Almaty hebben nog een kap liggen die ze wel willen verkopen en Aziz heeft een vriendin die toevallig in Almaty is, de kap kan ophalen en terugvliegt naar Dushanbe. Zo kan het toch nog redelijk snel geregeld worden en zijn alle onderdelen op mijn verjaardag hier! Een beter kado had ik niet kunnen bedenken.

Ondertussen gaan we naar hostel Doshan waar we hopen Stefan te treffen. De poort wordt geopend door twee Indiërs en ik vraag of het een Indiaas hostel is. “Nee”, zeggen ze, ze zijn beide student hier in Tadzjikistan en verblijven in het hostel. Het meisje, Dora, leid ons een beetje rond. Dima, een Kyrgiez, checkt ons in in een kamer. Volgens Dora is hij ook een gast en loopt hij achter met “de huur” die hij op deze manier afbetaald.

Stefan is blij ons te zien en we gaan samen iets eten. Dora wil ons wel naar een restaurant brengen. Eerst brengt ze ons naar een plek waarvan ze zegt dat ze daar eten van een maand oud hebben. Hmm, niet echt aantrekkelijk dus. Stefan en Merijn kiezen voor McDoner, een fastfood restaurant. Maar daarvan zegt ze dat je minstens een uur moet wachten op je eten. We besluiten het toch te doen aangezien er ook niet veel andere keus is. Terug in het hotel zegt Dora dat ze er wel eens andere gasten naartoe heeft gebracht en die waren daarna allemaal ziek, Nice.

Een Oekraïnse vriend van Stefan, een atletische jonge jongen met een blinkend schone motor, arriveert ook in het hotel en samen met hem proberen we de tijdelijke import voor de motor te verlengen. Gek genoeg krijg je maar vijftien dagen terwijl je eigen visum 45 dagen bedraagt. We gaan eerst naar het politiebureau om de hoek en worden ontvangen door de hoogste officier. Hij pleegt een telefoontje en geeft ons een naam van iemand bij de douane die ons beslist verder zal helpen. Bij de douane echter worden weer van de één naar de ander gestuurd maar niemand kan of wil ons helpen. We worden weer doorverwezen naar een ander kantoor in de stad. Intussen hebben we daar niet zo’n zin in, het is bloedheet en we zijn het vertrouwen kwijt dat het gaat lukken. Mede omdat we op internet ook hebben gelezen dat het niemand lukt. En als het al niet gaat met iemand die de taal spreekt nemen we het risico maar bij de grens. We hebben het in ieder geval geprobeerd.

Het is een bont gezelschap in het hostel. Er zijn Polen, een Uzbek die vooral op zoek is naar vrouwen en grote verhalen heeft, een gast uit Sri Lanka die wacht op zijn broer, een Chinese familie die met de auto hierheen gereden zijn en een Egyptenaar die ontsnapt is van zijn Russische vrouw. Fayrouz is filosofie leraar, een verplicht vak op de middelbare school. Hij heeft een nogal zwartgallige kijk op het leven maar is ook heel grappig. Hij heeft echt spijt van zijn huwelijk, niet goed nagedacht, maar hij wil er wel zijn voor zijn zesjarige zoon die nu met zijn vrouw in Moskou woont. Nu wil hij vooral lekker vrij zijn, drinken en muziek maken. Samen met Stefan spelen ze gitaar en zingen we met zijn allen mee.

Langzaam komen we erachter dat er zich wel wat intriges afspelen bij de langdurige gasten. Ze proberen elkaar een beetje zwart te maken naar ons toe. Vooral Dora gedraagt zich steeds vreemder en probeert ons uit te spelen tegen de Kirgiez, die haar vervolgens als voetveeg behandeld. De onderlinge relaties blijven voor ons onduidelijk.

We besluiten hier niet aan mee te doen en verhuizen naar “the Green Hostel”, dichterbij de garage waar een hele andere sfeer hangt. Hier zijn vooral veel Europeanen; fietsers, motorrijders en een enkele auto. De grote vraag is of je de Pamir net hebt gedaan of eraan begint. Vooral de fietsers lijken er wat nerveus voor te zijn. Het is natuurlijk ook een grote uitdaging en voor velen de kers op de taart van de reis. Ze bereiden zich goed voor. Maken hun fiets klaar, slaan zoveel mogelijk noodrantsoen in en wisselen informatie uit over de te verwachten moeilijkheden. Anderen zijn ziek en willen eerst op krachten komen voor ze eraan beginnen. Of wachten, net als wij, op onderdelen. Zo zien we er een aantal komen en gaan. Een drietal Italianen met fiets en tandem omdat één van hen blind is zijn er al een aantal dagen. In ieder land worden ze welkom heten door de plaatselijke blinden associatie en doen ze hun verhaal. In Turkmenistan kregen ze een escorte van politie én een ambulance, want ja je weet maar nooit. Oshi, de Japanner, die al tien jaar onderweg is, solo op een tandem. Hij heeft vishengels bij zich en neemt af en toe iemand mee. Hij vond Zuid Amerika het fijnst om rond te reizen en van criminaliteit had hij niet zo’n last. Als iemand hem probeert te beroven, schat hij in of ze een wapen hebben. Zo niet, dan springt hij in de vechthouding en roept heel hard “Karate!!!”, dat werkt altijd.

Jack en Ameen zijn twee Amerikanen op de motor met een parachute bij zich omdat ze ook van paragliden houden. Ameen is van Iraanse afkomst en heeft daarmee wel bij iedere grens last van “profiling”. Zijn witte vriend komt overal zonder problemen door en hij wordt iedere keer apart genomen, moet alles uitpakken of wordt extra bevraagd. Gelukkig kunnen ze er nog wel om lachen.

Na een week is mijn motor dus weer gemaakt en kunnen we weer op pad. Aziz hoeft geen arbeidsloon, da’s een kadootje voor mijn verjaardag. Van Boris, een andere biker, krijg ik een glas whiskey. En als we Ilja in Almaty laten weten dat het allemaal gelukt is blijkt dat zijn kersverse zoon ook vandaag geboren is.

Ik ga met Merijn eten bij een Mexicaans restaurant met margueritas en de volgende dag vertrekken we naar Uzbekistan. Dit zijn voorlopig de laatste bergen maar eerst moeten we bij de hoogste pas nog door de “tunnel of death”. Ook hiervoor maakten de reizigers in “the Green Hostel” elkaar zenuwachtig. Vijf kilometer tunnel zonder licht of ventilatie, waar fietsers meestal liftend doorheen gingen of met hoofdlampje op en natte doeken voor je mond zodat je nog een beetje kan ademen. Gelukkig valt het mee, we rijden achter een auto aan zodat we de lichten kunnen volgen en komen zo heelhuids aan de andere kant. We zijn inmiddels wel wat gewend denk ik.

Bij de grens aangekomen krijgen we toch een probleem, we zijn ruim een week over de datum van het import document en krijgen “straf”. We bluffen ons erdoorheen door te zeggen dat een of andere hoge pief bij de douane zei dat het geen probleem was en laten zijn kaartje met telefoonnummer zien. Uiteindelijk laten ze ons gaan. Aan de Uzbeekse kant, die berucht is wegens corruptie en strenge controles, gaat het er heel vriendelijk aan toe. Ik word nog gefeliciteerd met mijn verjaardag en we mogen doorrijden. Het geluk is weer aan onze kant en dat hebben we ook wel nodig. Het is toch spannend of de motors het goed blijven doen. Inmiddels zijn we toch behoorlijk wat tijd verloren en in Turkmenistan en Iran wil je geen pech krijgen en het is toch ook nog maar de vraag of we zonder problemen binnen komen. Maar goed, eerst Uzbekistan.

We kiezen vanwege de hitte voor de korte route en gaan alleen naar Samarkand en Bukhara.

Ik vind het wel een leuke afwisseling om weer eens wat cultuur op te snuiven en dat kan hier heel goed. Hier zijn weer andere toeristen, die met het vliegtuig komen, en vooral Bukhara is hier aardig op ingespeeld. Veel hotels, toeristenmarkten en opgepoetste monumenten. Toch vind ik het niet heel storend en met de geschiedenis die ik gelezen heb vind ik het indrukwekkend en waan ik me in andere tijden. In Bukhara worden we op sleeptouw genomen door Sunny die ons via couch surfing gevonden heeft en ons uitgenodigd heeft. Ze is lerares Engels, heeft twee kinderen en doet nu een opleiding als gids. Ze wil met ons oefenen en laat ons in twee dagen de stad zien. Ze is een sprankelende verschijning en leid ons enthousiast rond maar moet wel iedere keer op tijd thuis zijn van haar man om voor het eten en de kinderen te zorgen. Ze wil graag dat haar dochtertje in Engeland gaat studeren. Zelf is ze er een keer geweest op uitnodiging van Ann, een bijna tachtig jarige ondernemende dame met wie ze al een jaar correspondeerde. Ook volgend jaar mag ze komen naar de verjaardag van Ann die dit uitgebreid viert met vrienden en familie op Lanzarote.

Wat een contrast met haar eigen leven. Ze wordt een aantal keer bevraagd door de politie of ze een officiële gids is en betaald wordt door ons. Dat mag namelijk niet als zolang ze geen pas heeft. Of het gedwongen werk op de katoenvelden waar ze tot voor kort iedere herfst aan mee moest doen zoals vele anderen vanwege te weinig arbeidskracht onder de boeren die te weinig verdienen om personeel te kunnen betalen. Toch verteld ze met trots over haar land en cultuur.

De grote held is Timur (Tamerlane), een lokale, wrede heerser die in de 14de eeuw vanuit Samarkand een enorm rijk veroverde dat zich uitstrekte van Oost-Turkije tot aan India. Overal liet hij totaal verwoeste steden met stapels afgehakte hoofden achter. Maar voor zijn geliefde Samarkand liet hij de beste vakmensen naar de stad brengen om de mooiste, imposantste moskeeën, mausolea en medressas (islamitische scholen) te bouwen. Deze monumenten zorgen voor de grandeur van de stad die bij veel mensen tot de verbeelding spreekt. Dit wordt nog eens aangevuld door een aantal legendes die de ronde doen, zoals de volgende: de Sovjet antropoloog Mikhail Gerasimov opende in 1941 het graf van Timur en kon daarmee bevestigen dat hij inderdaad groot was, 1.70, en lam aan zijn rechterkant door een oorlogswond die hij opliep op zijn vijfentwintigste. Echter, op de tombe stond een inscriptie te lezen: ” wie dit graf opent zal verslagen worden door een vijand die nog angstaanjagender is dan ik”. De volgende dag, op 22 juni 1941, viel Hitler de Sovjet Unie binnen…..

Ik ben echt blij dat we dit deel van de wereld bezoeken in meerdere opzichten. Historisch legendarisch, turbulent en dynamisch. Rijke, gastvrije culturen en zeker ook nu zeer onderhevig aan verandering. Relatief jonge staten op zoek naar eigen identiteit. Tijdens de paar weken dat we hier zijn is er al weer vanalles gebeurt. Een nieuwe president in het redelijk stabiele Kazachstan waar nu toch meer verzet en ontevredenheid heerst. In Kyrgistan, het meest democratische land, rommelt het nadat de ex-president met veel machtsvertoon opgepakt is waarbij hij een agent vermoord heeft. In Uzbekistan lijkt er na de dood van alleenheerser Karimov in 2016 wat meer openheid en verandering te komen, maar dat geniet tot nog toe maar mondjesmaat. Zijn dochter staat nog steeds onder huisarrest vanwege een corruptieschandaal van miljoenen dollars. Tadzjikistan komt er in mijn ogen het slechts af. De vader des lands die je op iedere straathoek tegemoet lacht en zwaait besteed zijn geld liever aan nieuwe leegstaande moderne gebouwen in de hoofdstad dan aan investeringen die iedereen ten goede komen zoals onderwijs, gezondheid en infrastructuur met als gevolg dat bijna de helft van de bevolking hun heil, tijdelijk, ergens anders zoekt.

En dan nu de laatste van de Stans……. Turkmenistan, na Noord Korea het minst toegankelijke land ter wereld. We zijn erg benieuwd!

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.