Rondje USSR 2019

Killing time in Turkey

En paar weken terug hebben Els en ik onszelf de vraag gesteld, waar zijn we eigenlijk trots op in Nederland? Zo vaak zijn we enthousiastelingen tegen gekomen die ons trots welkom heten in hun land of vol lof spreken over hun volk. Wij doen dat eigenlijk nooit, schamen ons zelfs een beetje dat het ons nog niet gelukt is om Nederland wat socialer te maken. Uiteindelijk lukte het ons toch om tien dingen te bedenken en die koesteren we nu. Het lijkt er namelijk nu echt van te gaan komen. Holland here we come.

Nu zijn we natuurlijk inmiddels al het een en ander gewend maar bij de grens gaat het gelijk mis. Ik blijk geen exit stempel te hebben gekregen tien jaar geleden. Die douaniers zien er niet gezellig uit. Ik kan ook niet zien wat ze daar echt op het scherm hebben staan. Tijdens het wachten gaat er zoveel door me heen. Wordt het dan toch tijd de boete te betalen voor mijn jarenlange bemoeienissen met de Turkse staat? De ondersteuning aan Koerden, opstandige studenten of vakbondsactivisten? Is het het zwartrijden over de Turkse tolwegen tien jaar geleden? Blijkbaar heeft dit alles toch niet zo veel indruk gemaakt want na een half uurtje zweten mogen we er toch in. We zijn in Turkije!

We rijden het land in aan de Noord-oost kant en zullen een paar duizend kilometer moeten afleggen voordat we Bulgarije bereiken. Onze laatste kilometers omdat we daar de motoren zullen stallen en zelf naar huis vliegen. De route die we zullen nemen is nog onduidelijk. Ik heb slechts een paar aantekeningen van een ontmoeting met twee Oostenrijkers en geruchten over regen en saaie wegen in het noorden.

Voorlopig nemen we het dus stap voor stap en gaan op pad. Zonder met veel mensen echt gesproken te hebben geeft dit land je iets te duidelijk het gevoel volledig de controle te hebben. Nooit krijg je de kans dat te vergeten. De rode vlag die overal wappert. De president die je met zijn uitgestreken gezicht vanaf een poster aankijkt. De moderne pantservoertuigen die we passeren. De roadblocks en straatcamera’s waar onze transit naar Europa nauwkeurig wordt geregistreerd. Turkije is echt een veilig land. Tenzij je niet in de pas wil lopen.

De eerste kilometers vliegen voorbij en ik kan mijn ogen niet geloven, asfalt, vier banen breed met strepen, bruggen, railingen… Die Turken hebben geld en laten het rollen. Natuurbehoud speelt geen rol lijkt het. Ook hier is de controle volledig. Voor iedere rivier, dal, bocht of heuvel die in de weg zit is een berg weggekapt of een enorme bronnen brug aangelegd en het stikt hier van de stuwmeren. We spreken een pomphouder die net een maaltje lammerdarmen aan het grillen is en vragen waarom er vier banen aangelegd worden terwijl er vrijwel geen verkeer is. Hij geeft aan het ook niet precies te weten. Wat hij wel weet is dat de darmen in Europa verboden zijn en dat het goed is dat de wegen er komen. Het is het werk van Erdogan!

Els haar slechte gevoel over de keuze om naar Turkije te gaan speelt nu echt op. Hoe spannend is deze route nu eigenlijk? Was het niet toch beter via de Noord Kaukasus naar Oekraïne te trekken? Een paar dagen lang bediscussiëren we deze beslissing terwijl we doodleuk Turkije in blijven rijden. Ik heb mijn hoofd gezet op een paar dagen droomstrand. Een tafeltje, een salade, stilte, fles wijn, niets aan je hoofd, de zee is kalm. We zijn vrijwel alleen. Verderop zitten twee mannen te schaken… Een mooi plaatje van een bezoek aan Kreta met mijn vader. Maar dat was meer dan dertig jaar geleden. Gelukkig komen we er snel achter dat Turkije echt heel mooi is en de Turken leuk en gastvrij.

Nog voordat we Trabzon bereiken begint een plan duidelijk te worden en er is tijd genoeg voor een mooie detour door de bergen. Over de gevaarlijkste weg van Turkije! Ik weet er het fijne niet van maar onderweg begint het toch te knagen, waarom doen we dit eigenlijk? Is het gevaar wel de moeite waard? Zouden we niet beter op zoek moeten gaan naar de mooiste weg? Maar het weer is mooi en hoe eng kan het nu eigenlijk toch zijn? Zal je zien is het toch meer een marketing stunt… Ondertussen slingert de weg zich omhoog door groene heuvels met vervallen kastelen. Her en der zie ik net getrouwde stelletjes poseren. Langzaam verdwijnen de laatste toeristen in normale auto’s en zijn we alleen met de fanaten in hun 4x4s. Het gaat nu steil omhoog. We doen het goed en overwinnen ook de blubber en grote stenen. De weg klimt door de wolken heen. Adembenemend zijn de uitzichten. De spanning van de blubber langs de afgrond, kraakhelder uitzicht. Uit de wolken steken rotsen in de vorm van een drakenstaart. Een langdurig euforisch gevoel blijft achter. Dit is echt héél leuk!

Trabzon is een stad vol met oude kleine straatjes, bergen hazelnoten en een flink Rembrandtplein achtig centrum. Ons reisplan is er na twee nachten in een heerlijk hotel verder uitgekristalliseerd. We verlaten de zwarte Zee en in zeven dagen rijden we vervolgens de 1.800 km naar Olympos, halverwege Turkije aan de Middellandse zee.

Het is heerlijk weer een gezamenlijk doel ver weg te hebben. Even geen restaurants en hotels maar zelf picknicken langs de weg. We drinken weer het water uit de kreken. Slingeren ons een ongeluk door de bergen en slapen uit het zicht op verlaten plekken. Zo slapen we in een stad in een boomgaard naast een groot stadium, hebben een slapeloze nacht in een open container met veel muggen.

De wildkampeernachten zijn lang en zwaar. Het is al vanaf half zeven donker en we proberen het moment van slapen uit te stellen maar om half negen liggen we er vaak toch al in. Gevolg hiervan is dat je rond half drie weer wakker bent. De harde ondergrond doet ons draaien en draaien. De slaapzakken beginnen na een half jaar onderweg ook irritant te plakken. Tussendoor lig je met je oren gespitst omdat je wat hoort of juist onder de dekens vanwege een kraaiende haan, vechtende poezen of een groep feestende mensen. Toch is het is heerlijk om je als een zwerver te gedragen en vervolgens doodleuk de volgende dag in een hotel te kunnen inchecken.

Om mijn bijgeloof te bestrijden en ook als experiment permiteer ik het me nu te zeggen dat de motoren het goed blijven doen en dat het met de stoelgang ook goed gaat. Bad luck alert! Ik weet nu even niet wanneer dat in gaat; op het moment dat ik dit schrijf of als jij dit leest!? Niet afkloppen graag.

In Alanya komen we een nieuw soort Turkije in. Overal reclame en resorts in de vorm van iets dat in het echt bijzonder is. De toeristen industrie. Ingevlogen liggen ze voornamelijk op het strand, eten, drinken en feesten of worden in groepen van evenementen naar evenement vervoerd. Met ons op de weg veel vrachtwagens met voeder en groepvervoersmiddelen. Veel contact heb je niet met deze voor ons nieuwe schepsels omdat de bussen zijn voorzien van gordijnen of spiegelglas. Uitzondering daarop zijn de jeeps. Ze lijken een beetje op de kleine trucks waarin in andere landen het vee vervoerd wordt. Als je naar zo’n groepje zwaait zwaaien ze vaak enthousiast terug. Ik heb een goede tijd want ik heb binnen een uur twee keer sjans. Ik vraag me af hoe dat zo ineens komt. Ik weet wel dat ik zit te stralen. Na een dikke week tussen de mannen is het heerlijk weer vrouwen op straat te zien.

Els heeft een plek gevonden aan de kust waar het fijn is. Het is een flinke tuin aan zee waar de tijd de afgelopen vijftig jaar stil heeft gestaan. Hier geen herrie van resorts, camera’s en geen taxi’s maar mooie oude bomen, kippen, honden en poezen. Het bezoek bestaat er uit wat overblijfsels van een jongleerfestival en een groep contactdansers. We voelen ons hier direct thuis en fantaseren over het kunnen runnen van zo’n plek. Els heeft het daar erg graag en iedere dag over. Zonder ooit echt concreet te worden tasten we elkaars gedachten er over af. Hoe dan? waar dan? van welk geld dan? met wie dan?

Het kamp is heerlijk maar ook een beetje eenzaam. De meeste bezoekers zijn met hun eigen vrienden bezig en tonen geen directe interesse in een paar verlopen wereldreizigers. Ik mis de aandacht die iedereen een half jaar lang voor ons en onze verhalen had. Tegelijkertijd is het is ook fijn me weer eens tussen gelijkgestemden te bevinden. Woorden zijn hiervoor blijkbaar overbodig. Drie dagen blijven we er hangen, doen we uitstapjes, zwemmen en gieten ons vol met bier, wijn en raki. Het had als vakantie moeten voelen maar het voelt als tijd rekken. We missen het reizen maar we moeten er voor zorgen niet te vroeg thuis aan te komen. Haha ons huis is namelijk tot de eerste van de maand verhuurd. Heel efficiënt allemaal maar dat is ook de dag dat ik weer begin met werken.

En dan is het ineens oorlog. Turkse militairen en milities vallen de Koerden aan in Syrië, hier vlak om de hoek. Een wreed internationaal spel waarin alle bedoelingen weer eens helder op tafel komen te liggen. Ik maak me er flink kwaad over en hoop dat ze nog wat Amerikaanse wapens hebben bewaard om zich te kunnen wreken. Ik voel me machteloos. Wat kan je doen? Ondertussen gaat het feesten hier gewoon door, wat fucked up allemaal zeg.

En zo slingeren we de laatste dagen tergend langzaam, genietend en zuipend en vloekend en tierend, maar gestaag richting Europa, waar het leven weer zo bekend en zo anders zal zijn.

Love & Hate,
Merijn

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.