Rondje USSR 2019

Het land van melk en honing

Na drie weken Almaty zijn we dan uiteindelijk “on the road again”. Heerlijk! De eerste dagen nog wel wat spannend. Merijns motor doet het goed, maar ik zit waarschijnlijk met een blijvend probleem omdat de vorige eigenaar mijn motor heeft omgebouwd tot een echte crossmotor. Daardoor is het een lekker pittige motor met meer power maar helaas ook meer benzine verbruik en verlies van vermogen op hoogte. Een race carburateur en een grotere cilinder die je niet zomaar weer terug om kan bouwen. Een minder lange main needle en die tot maximum laten zakken is alles wat we kunnen doen. We gaan het zien.

Het oosten van Kazachstan biedt een grote variëteit aan landschappen en we hadden een mooi rondje bedacht, maar door de verloren weken kunnen we alleen naar de Charyn Canyon. Door het toenemende toerisme mag je er nu niet meer met de motor naar beneden rijden, maar alleen lopend doorheen. Van de bovenkant is het ook nog een indrukwekkend gezicht en we maken een kleine wandeling. Er blijven kamperen doen we maar niet vanwege de grijze lucht en de aantrekkende wind, veel beschutting is er niet. Vandaar rijden we al snel de bergen in en we vinden een prachtige kampeerplek in een vallei vlak voor de grens met Kirgizië. Net als we zitten te eten en het begint te schemeren jaagt een jongetje op een paard behendig zo’n vijftig koeien onze kant op. Met een hond en fluitende geluidjes heeft hij ze binnen no-time op een eiland gejaagd en gaat er in galop vandoor. Wat een prachtig gezicht.

Als we er ’s ochtends weer wegrijden zien we een besneeuwde bergketen op de achtergrond, een voorproefje van wat we gaan zien in Kirgizië. Er is inmiddels geen asfalt meer en de kleine grensovergang is net open, we zijn er in tien minuten doorheen.

Kirgistan, wat een prachtig land! Ik blijf me verbazen over de ongereptheid, de variëteit aan landschappen en de vrijheid die we voelen hier te rijden en te kamperen. In de weidsheid van de valleien zien we af en toe ronde witte stipjes: yurts, en kuddes paarden, koeien en schapen die vrij rond lopen. Al dan niet met een herder te paard erbij met een vilten hoed op of een mobiele telefoon aan zijn oor. Op sommige plekken zien we grote hoeveelheden bijenkasten in alle kleuren en overal kun je kumiz kopen, gefermenteerde paardenmelk, maar daar wagen we ons nog niet aan.

In de bergen komen woest stromende rivieren naar beneden en kunnen we onze lol niet op met offroaden. We rijden een steil pad omhoog en komen langs de zomerweiden waar deze nomaden hun vee laten grazen. Er zijn ook yurts waar je kan slapen of iets kan nuttigen, community based tourisme. In de weekenden gaan er veel lokale toeristen op uit. Kyrgyzen zijn echt master picknickers. Grote families zitten samen met enorme hoeveelheden eten. Shashliks worden gebraden en aardappelen gekookt. Soms met aanhanger om alles mee te kunnen nemen. Het ziet er wel gezellig uit en er wordt ook stevig gedronken, bier en wodka.

De motoren houden het goed, maar ik voel wel verlies in vermogen en af en toe komt er zwarte rook uit mijn uitlaat. Het begint flink te regenen en dat maakt het rotsige pad gladder en spannender. Terug naar beneden om een kampeerplekje te zoeken. We zetten snel de tent op, met tarp deze keer zodat we daaronder kunnen koken. De volgende dag rijden we echt naar beneden naar het Yssyk-kul meer. Prachtig blauw met zandstrand omringd door twee bergketens. Bizar mooi. Ondertussen slaat mijn motor af en blijkt de benzine op te zijn. En dat na zo’n honderd kilometer. Dat is een verbruik van 1 op 10 en het baart me toch weer zorgen. We waren niet veel hoger dan 2000 meter. Waar betekent dat voor de Pamir? Kunnen we die nog wel doen? Net nu we in het gebied zijn waar ik me zo op heb verheugd laat mijn motor me toch niet in de steek? De route die we willen nemen over de Tocor pas van 4000 meter slaan we maar even over. Ook omdat we de visa code voor het Iraans visum hebben gekregen besluiten we zo snel mogelijk door te rijden naar Bishkek om het Iraans visum op te kunnen halen bij de ambassade en de aanvraag voor Turkmenistan kunnen doen voor het weekend. We sturen Karin-Marijke en Coen een berichtje dat we er weer aankomen.

Rond het lager gelegen meer is het flink heet en het landschap verandert van frisgroen met heldere beekjes naar bruin, kaal en droog. Ook heel mooi maar minder prettig rijden met al die motorkleren aan. Merijn krijgt een lekke band en langzaam komen er een aantal kinderen om ons heen staan. Stoere meisjes die graag op de motor willen zitten en een foto maken. Ook komt er een dronken oudere man bij staan die alleen maar staat te lachen. Als we bijna klaar zijn begrijpen we dat er zo’n vijftien meter verderop een bandenservice zit. We halen bier en rijden door om een plekje aan het einde van het meer te zoeken. Maar dat halen we niet. Mijn motor begint weer te stotteren en slaat om de paar kilometer af. De tank zuigt zichzelf vacuüm. En dan is Merijn zijn band weer leeg, het gat onder de plakker is een scheur geworden. We hebben er een beetje genoeg van en zetten de tent op bij een beschut plekje langs de weg. Morgen zien we wel verder.

Vol goede moed zet Merijn een reserveband erop, die hij vervolgens lek prikt met het erop zetten. Wat een pech! Maar deze plakker houdt het uiteindelijk wel en het wisselen van tankdop verhelpt ook mijn probleem. Lichtelijk oververhit rijden we in één klap door naar Bishkek waar we hartelijk worden ontvangen, lekker kunnen douchen en gaan eten bij de Indiër. De geneugten van de stad.

De papieren regelen gaat gelukkig wel voorspoedig en we krijgen een mooie kaart met poëtische woorden voor een warm welkom van de Iraanse ambassadeur. Dat voelt goed. Bij de Turkmeense ambassade komen we niet verder dan een raampje in de muur, ook dat zegt iets over de gastvrijheid van dit land. Hopelijk mogen we er wel door. 

We hebben een leuke ontmoeting met Malika en Davina van Artgroup 705. Een nogal bijzonder collectief hier in Kirgistan. Zelf zeggen ze dat de Kirgizen nog niet toe zijn aan moderne kunst. Ze hebben hun hoofd vol met problemen en houden vast aan oude vormen en tradities. De jongeren die wij eerder besproken hebben willen allemaal weg en leren Duits, Chinees of Koreaans ter voorbereiding op nieuwe kansen. Malika stelt ons later voor aan haar man, Manat en haar dochtertje van zes. We maken een wandeling door het park en langs voor hun belangrijke plekken van hun jeugd. Leuk, heel persoonlijk.

 Zo hebben we een paar gezellige dagen en gaan er dan vandoor, op naar de bergen!

We hebben een mooie fietsroute gevonden naar het Song Kol meer, dat op zo’n 3000 meter ligt. Het is een behoorlijk stenig pad en onze skills worden weer beproefd. Met de motor gaat het in ieder geval beter mede dankzij een nieuwe luchtfilter en de rest wordt bepaald door ons eigen kunnen en vertrouwen. De angst voorbij, daar draait het om. We doen het best goed vind ik en overwinnen ook de moeilijke stukken. Helaas, honderd meter voor de laatste pas moeten we ons toch gewonnen geven omdat de weg geblokkeerd is door sneeuw en ijs. Dus rijden we weer terug en zetten beneden de tent op terwijl alle picknickers inpakken en terug naar Bishkek rijden. Behalve een paar mensen die al roepend de berg oplopen, een vrouw met een wanhopige blik in haar ogen vraagt of we twee meisjes hebben gezien. Ik vraag hoe oud ze zijn, allebei dertien zegt ze en loopt verder in de hoop hen te vinden. Merijn en ik kijken elkaar aan en moeten allebei denken aan de bruidkidnapping. In Kirgizië heeft bruidontvoering een lange geschiedenis en vond met wederzijdse goedkeuring plaats als manier om te protesteren tegen afkeuring van de families van de bruid en bruidegom. Helaas gebeurt het tegenwoordig vaak niet meer met wederzijdse consensus, maar gebruikt de jongen de “traditie” als excuus om een meisje te ontvoeren. Hij hoeft daarmee niet band te zijn voor een afwijzing en er  hoeft er dan geen bruidsschat betaald te worden. Een economische reden die het nu nog steeds in stand houdt. Zij kan daarna vaak niet meer weigeren omdat ze niet langer “puur” is nadat ze in het huis van de man is geweest en daarmee is ook de familie beschaamd. Het komt nog vaak voor en ook in de stad. Zo vertelde een meisje dat we spraken in Bishkek dat dat voor haar ook een reden is het land te verlaten. Haar zusje van vijftien hadden ze twee dagen geleden nog proberen te ontvoeren.

Hopelijk zijn de meisjes gevonden, in ieder geval verlaat om deze familie als laatste de vallei en blijven wij in stilte achter.

De volgende dag nemen we een andere route naar het Song Kol meer en dat is helemaal geen straf. Ook hier worden weer getrakteerd op adembenemend landschappen. Als we een paar oversteken zien we een kudde yaks steil naar beneden klauteren om bij de rivier te komen. Een dan zien we een prachtig meer. We rijden een stuk om het meer heen en besluiten vanavond in een yurt te slapen. Mairabek, Elmira en hun zoontje Nurik ontvangen ons hartelijk en hebben een extra yurt die ze aanbieden als homestay. Er liggen tapijten, matrassen en dikke dekens op de grond. Ook staat er een kacheltje in, geen overbodige luxe want het is koud ’s nachts op deze hoogte. In een andere yurt krijgen we thee en is de lage tafel gevuld met allerlei zoetigheden. We krijgen kumiz aangeboden. Het is zuur, een beetje fizzy meet en rokerige nasmaak. Ik vind het niet zo lekker maar Merijn drinkt twee komen leeg en vind het wel wat hebben. S avonds hebben we nog een gesprekje en leren we dat ze hier van juni tot oktober hun vee laten grazen op de zomerweiden. In de wintermaanden zijn ze in Kochkor waar ze hun huis hebben en de stalen gevuld zijn met stro. S’ ochtends zijn Elmira en Nurik de koeien al aan het melken, we nemen afscheid en rijden verder richting Osh. We passeren vandaag wel drie passen en het landschap verandert voortdurend. Ik heb het gevoel van Mongolië via Zwitserland en Iran naar de canyons van de Verenigde Staten te rijden.

Terwijl ik door de bergen rijd en me blijf vergapen aan al die prachtige landschappen moet ik denken aan een verhaal dat Manat mij vertelde in Bishkek en hier de ronde gaat. ‘Toen God de aarde schiep en de aarde verdeelde in landen lagen de Kirgizen, lui als ze zijn, te slapen. Toen ze wakker werden en beseften dat ze de boot gemist hadden, drongen ze net zo lang aan bij God totdat hij hen het enige gaf wat hij nog over had: het Paradijs’.

2 Reacties

  • Ron

    Wat een super mooie reis. Respect voor jullie hoe jullie omgaan met de tegenslagen en het hoofd koel weten te houden. Het allerbeste en keep it save! Xxx R

  • Eric

    Wat een verhaal met die ontvoeringen zeg, niet verwacht dat zoiets in die contreien nog bestaat.
    100 km rijden op 1 tank, het lijkt me niet te doen. Zijn ze niet om te ruilen.. Je gaat je toch hechten aan die paarden hé. Geluk en genietse, bonneroute!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.