Rondje USSR 2019

Één, twee chacha tja

Georgië, door iedereen bejubeld en inmiddels door velen bezocht. Door het populaire spelprogramma “Wie is de Mol?” ook door Nederlanders ontdekt. De verwachtingen zijn hoog en kunnen bijna al niet meer voldoen door alle aanprijzingen die we onderweg van medereizigers horen. 

Vanuit Armenië passeren we de grens waar niet alleen de Georgische, maar ook de Europese Unie vlag ons vrolijk tegemoet wappert. Dit zegt wel iets over hoe de wind hier waait. Alhoewel Georgië zich in Azië bevindt, beschouwt het zich als Europees. 

Eerst bezoeken we Tblisi. De levendige hoofdstad wordt doorsneden door rivier de Koera, en heeft duidelijk betere tijden gekend. Veel is er niet zien, maar alles is goed te belopen en we wandelen door verschillende wijken waar we lekkere wijn drinken op gezellige terrasjes. Het is een prettige stad om een paar dagen te verblijven. Ik ontdek zelfs een favoriete wijk met vele verborgen barretjes en restaurants op binnenhofjes. Wat me ook opvalt is dat er overal honden in alle soorten en maten liggen, met een grote gele knop in hun oor. Ze zien er goed doorvoed uit en schijnen zich nergens aan te storen.

De huizen met eens prachtige gevels en balkonnetjes zijn grotendeels “beyond repair”. Voor ons ademt dit een karakteristieke vergane glorie atmosfeer, waar we van houden. Maar eigenlijk is het best triest. Werkelijk alles is kapot. In hoeverre de aanslagen tijdens een van de vele interne conflicten en de Russen hieraan bijgedragen hebben is de vraag. Het lijkt er eerder op dat het, net als in Armenië, te wijten is aan achterstallig onderhoud, leegstand en verkrotting. 

Feit is ook dat het land altijd al te lijden heeft gehad onder zijn strategische ligging, de doorgang van oost naar west. Al snel horen we van een jongen die bier voor zijn vriend staat te verkopen dat momenteel 20% van Georgië is bezet door de Russen. De deelstaten Abchazië en Zuid-Ossetië, waarover twee oorlogen zijn gevoerd. Dit zullen we nog vaker horen, gepaard gaande met trots en onverschrokkenheid dit ooit weer van de Russen terug te winnen. Dagelijks bewegen de Russen zich weer een paar meter verder in de hoop een conflict uit te lokken.Terwijl ondertussen het Georgische leger wordt voorzien van wapentuig door de Amerikaanse staat. 

De Georgiërs zelf laten zich door niemand de wet voorschrijven en voelen zich vrij om het leven te vieren. Trots op hun gastvrijheid, wijn, chacha en nationale gerechten. Dat mogen we later aan den lijve ondervinden in het gasthuis van Jaba, een vriendelijke dertiger die probeert zijn droom te verwezenlijken. Na een heerlijke dag door de blubber, waarbij wijzelf én de motoren helemaal onder zitten, worden we hartelijk ontvangen door hemzelf, zijn ouders en zoontje van zeven. Ze komen uit Tblisi, zijn moeder is professor Duits, zijn vader werkt bij het gasbedrijf en hijzelf werkt als gids en manager voor een groot hotel bij Kutaisi in de buurt. Jaba heeft deze plek een jaar of tien geleden gekocht en eigenhandig met weinig geld opgebouwd. Na enkele flessen wijn, waarbij hij zich afvroeg of dit het nou was, is hij in de auto gestapt en op deze plek gestopt. Hij zag een oude, kromme, bijna dode kastanjestam in het veld waarop hij is gaan liggen en ’s ochtends wakker werd. Daarop heeft hij besloten dit stuk land te kopen en een huis te bouwen. Groenten, vlees en forel koopt hij van de boeren buren. Zelf maakt hij wijn, hij heeft nu vier soorten en heeft ook zelf druiven geplant. Het zomerverblijf is nu een homestay en deze winter wil hij ook voor het eerst hier doorbrengen. Vandaag brand de nieuwe houtkachel voor het eerst.

Zijn vrouw is een stadsmens en zorgt voor de kinderen die naar school moeten en hun hobby’s en clubjes hebben. Ze klaagt dat ze hem nooit ziet. Als ik vraag of ze ooit hier bij hem komt wonen zegt hij glimlachend: “als ze van me houdt wel”. We hebben twee heerlijke dagen bij Jaba en krijgen een fles wijn mee voor onderweg.

Ik denk steeds vaker aan mijn eigen droom. Hoe ik die kan verwezenlijken. Ook ik zou graag een wat simpeler leven willen. Zelfvoorzienend, dichterbij de natuur, in een huis met een veranda en een fijn klimaat. Waar ik wakker word met het fluiten van de vogels en ga slapen met het getjirp van de krekels. Ik merk dat ik me steeds vaker afvraag of ik ook “hier” zou kunnen wonen, in Kirgizië, Armenië of Georgië bijvoorbeeld. Zo eenvoudig is dat natuurlijk niet, maar het is wel leuk te praten met mensen die de stap wel gezet hebben. En verder te dromen over hoe dat er dan uit zou moeten zien. Wat de mogelijkheden zijn en hoe ik dat het beste aan zou kunnen pakken. Dagelijks deel ik deze gedachten met Merijn, maar die is er nog niet helemaal klaar voor geloof ik. Geniet nog van de dynamiek van de stad en is bang te vereenzamen of zingeving te missen.

Vanuit Tblisi rijden we naar Khakheti, de bekende wijnstreek in het oosten. We zijn in het goede seizoen, overal rijden vrachtwagens gevuld met druiven en ook langs de weg zitten, meestal oude mensen, met een handje druiven op een houten kistje. Het is een mooie tocht door de bergen met lieflijke dorpjes. Een wijnproeverij in combinatie met motorrijden is helaas niet zo’n goede combinatie. Maar als we een huis van een bekende nobelman bezoeken zit er ook een glas wijn bij. Da’s mooi meegenomen. Met uitzicht op Sighnati, een prachtig dorp op een bergrots, krijgen we een glas “chacha” aangeboden op een terras, die meteen naar ons hoofd stijgt. Gelukkig is het maar een paar minuten naar onze kampeerplek. We zetten onze tent op en maken een vuurtje bij een mysterieus gebouw dat is blijven steken in de bouwfase en tegelijkertijd alweer aan het vergaan is. Het heeft een duistere aantrekkingskracht en beiden hebben we een woelige nacht met intense, onrustige dromen.

Het klooster dat we wilden bekijken is nog niet open. Het leven in Georgië lijkt pas om tien uur te beginnen. Misschien heeft dat iets te maken met de grote liefde voor wijn en chacha. Met een omweg langs de Azerbeidzjaanse grens en een bezoek aan het “David Garedzja”-klooster zijn we opeens weer in een woestijnachtig gebied met leuke gravelpaden. Het gehele complex bestaat uit 15 kloosters in rots uitgehouwen op de hellingen van de berg Gareja. Het complex omvat honderden cellen, kerken, kapellen en woonverblijven in de uitgeholde rotswand, maar we kunnen maar een klein gedeelte zien. De rest is verboden gebied en wordt bewaakt door Azerbeidzjaanse militairen die ook vinden dat dit hun gebied is.. Zoals ik alweer merk als ik denk een kortere route te nemen en er een jeep op me af komt rijden die me wegstuurt. Vriendelijk deze keer.

Ik begin langzaam te begrijpen waarom mensen Georgië zo leuk vinden. Het is een enorm gevarieerd land, met vriendelijke gastvrije mensen en prachtige landschappen. Goedkoop, makkelijk te bereizen en nog niet te toeristisch. Omdat het land nog niet helemaal is toegerust op de enorme toename van toeristen heeft het ook iets eigens. Velen verhuren een kamer of bouwen een deel aan hun huis om te verhuren, zo ben je te gast bij een echte Georgische familie. Ze werken als taxichauffeur of als gids en zo pikt iedereen een graantje mee. 

Als we de bergen inrijden horen we van Anne en Reinier dat ze een vakantie in Georgië geboekt hebben. Over een kleine week zijn ze hier. Altijd leuk onze reismaatjes te zien en we besluiten nog een rondje te doen en dan voor twee dagen terug te gaan naar Tblisi. Kunnen ze mooi nieuwe tandwielen meenemen. Merijn had de verkeerde besteld, waar we ondertussen veel plezier van hadden tijdens onze offroad ritten in de bergen. Meer tanden zorgen voor meer kracht, maar bij hoge snelheid is het huilen. Voor nu dus genieten en we rijden weer een next level onverharde paden. Ongelooflijk wat we inmiddels allemaal durven en kunnen. Een steil pad met grote stenen waar we zelfs geen Lada’s meer zien, gaat over in een koeienpad met een nog steilere afdaling en een ingestorte berg. We kunnen het dal zien en besluiten toch verder te gaan, ook al is er dan waarschijnlijk geen weg meer terug. Deze keer triomf en trots in plaats van een laffe terugkeer. Dat voelt aanzienlijk beter.

Lange gesprekken en twijfel over de te volgen route hebben we. Voor mij lonkt de noordelijke Kaukasus aan de Russische kant, misschien zelfs nog Stalingrad en de Oekraïne en Moldavië. Dat past beter binnen het thema en daar zullen we ook niet zo snel meer komen. Merijn had zich zal ingesteld op de zuidelijke route door Turkije en misschien wel Griekenland om nog even vakantie te vieren. Moeilijke keuzes, maar uiteindelijk wint het weer. De kans op regen en kou in Rusland geven de doorslag voor Turkije. Het voelt een beetje raar voor mij, het einde van de voormalige Sovjet-Unie. Een onbestemd gevoel van verlorenheid en melancholie valt langzaam als een deken over me heen en raak ik niet zomaar kwijt. Gek dit. Is het een afscheid of komt het einde van de reis en de terugkeer in Nederland nu snel op me af? Ik kan het nog niet helemaal thuisbrengen.

Ook mis ik mijn vader die deze maand 75 zou zijn geworden maar dit niet mee mocht maken. Bijna iedere dag moet ik aan hem denken, de meest trouwe reisgenoot op afstand, die enorm van deze reis genoten zou hebben. We hadden altijd veel contact als we op reis waren, misschien wel meer dan thuis. Hij volgde ons nauwgezet met de atlas erbij, hield iedereen op de hoogte en schreef lange mails terug. Nu is het stil vanuit Limburg. Ik hoopte dat ik het gevoel zou hebben dat hij mee zou kunnen reizen, achterop bij mij. Maar dat werkt blijkbaar niet zo bij een atheïst. Hij is echt weg. Helaas moest ik vooral denken aan die laatste momenten die we samen waren en had ik nog wat te verwerken.

In ieder geval blijven we nu nog wat langer in Georgië en kunnen we afscheid nemen van Stalin. We bezoeken zijn geboortestad Gori, waar er een museum is, helemaal gewijd aan de glorie van de man. Een imposant gebouw waar je over een rode loper langs vele portretten, foto’s, parafernalia en grootse verrichtingen van hem wordt geleid. Eindigend in een soort mausoleum met een dodenmasker van zijn gezicht. Misselijkmakend en bewonderenswaardig tegelijk. Er is weinig tot geen ruimte voor kritiek. Helemaal aan het eind van de rondleiding is er beneden een ruimte in een kelder ingericht met een bureautje van de geheime dienst en een cel. “Ja, er waren ook negatieve dingen tijdens het Sovjet regime. Als u daar meer over wilt weten zijn er boeken geschreven en ook op internet is hier het een en ander over te vinden”.

Terwijl we wachten op andere een Reinier rijden we een doelloos rondje. Tenminste zo voelt het voor ons. Het is te koud om naar Mestia, hoog in de Kaukasus, te rijden en Batoemi, een soort Las Vegas aan zee vinden we ook niet heel aantrekkelijk. Dus houden we het dichter bij Tblisi en gaan we weer lekker van de gebaande paden af, door de blubber, de bergen en de kleine dorpjes. Dat kan gelukkig heel goed hier in Georgië. Zo komen we langs een natuurlijke pilaar bij Khatschki. Bovenop de meer dan 40 meter hoge rots staat een klein klooster waar nog een paar monniken wonen. Bizar gezicht. Ik vind het interieur van de kerken en kloosters in Georgië niet erg bijzonder, de locaties en omgeving daarentegen zijn vaak echt adembenemend en betoverend.

Niet ver daarvandaan komen we in Chiatura aan. Een industriestadje gelegen in een kloof, uitgesleten door de rivier, met veel vervallen, betonnen flats en fabrieken. Een spookstad waar mensen wonen en een onverwachte levendigheid heerst. De kloof wordt overspannen met kabelbaantjes die de werknemers van de mangaan mijnen naar de hoger gelegen hellingen bracht. Een uniek systeem uit vervlogen tijden. Er wordt gezegd dat Stalin zelf orders heeft gegeven tot dan aanleg ervan. In de tijd vóór de Russische revolutie, verborg hij zich hier een tijdje en rekruteerde lokale bolsjewieken en verborg zich hier. Stalin had hierdoor altijd een zwak voor Chiatura. Hij wist uit eigen ervaring dat vermoeide mijnwerkers de steile kliffen op en neer moesten klauteren om hun werk en hun huizen te bereiken.

Tot drie weken geleden werkten ze nog, als stille getuigen hangen de roestige metalen blikken nu treurig in de lucht. Jammer voor ons, maar de inwoners krijgen nu een gloednieuw systeem gesubsidieerd door de Franse staat. De eerste glimmende pijlers staan er al. Je kan je afvragen wat hiervoor terug verlangt wordt.

Het is als vanouds om Anne en Reinier weer te zien op reis, alsof ze er de hele tijd al bij waren. De tandwielen zijn gearriveerd, maar niet zomaar. Eigenlijk hadden ze een saaie stop-over van zes uur in Istanbul, maar deze werden goed gevuld door gedoe om de tandwielen door de douane te krijgen. In Nederland werd gezegd dat het geen probleem was ze mee te nemen in de handbagage. In Turkije werden ze echter als wapens gezien en was het een groot probleem. Gelukkig zijn onze vrienden nogal vasthoudend een hebben ze inmiddels de nodige ervaringen met probleemsituaties en diplomatie een is het uiteindelijk gelukt de tandwielen hier te krijgen, evenals de gewilde pot pindakaas trouwens. Bedankt!

Na twee gezellige dagen met veel bijkletsen, lekker eten en veel wandelen gaan we elk weer onze eigen weg. Anne en Reinier naar de bergen om te wandelen en wij door de prachtige herfstbossen richting Turkije. Bij de grens wacht ons weer een verrassing. We zijn één dag over onze verzekering heen en dat betekent ‘straf’. Voor Merijn is het te laat, die moet 100 lari boete betalen (30 euro). Ik mag terugrijden naar het verzekeringskantoor om voor één dag een nieuwe af te sluiten. Op naar onze Turkse vrienden. En daar wordt het onverwacht even zweten. “Pasport problem!”. Entry Turkey, exit Syria, entry Turkey, no exit!” Oeps, negen jaar geleden niet uitgestempeld op weg naar Iran…Niet de gezelligste groep landen politiek gezien.

4 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.