tet spain

Suzuki DRZ400-S

Voor deze reis hebben we gekozen voor Suzuki DRZ400 S. Kleine motoren zijn eigenlijk veel leuker. Je kan beter offroad rijden en komt zo op leukere weggetjes en mooiere plekken. Tijdens eerdere reizen waar we motortjes huurden in Vietnam, India en Colombia is dit gebleken. In veel landen is een grote motor helemaal niet nodig en ook niet handig. Bovendien is een grotere motor ook uitnodigender om meer zooi mee te slepen. Dus hebben we ons Transalp en Africa Twin, waar we overigens veel plezier van gehad hebben, verruild voor DRZ-tjes, onze kanaries.

Esfehan – Shiraz

Esfehan

Onderweg naar het hotel worden we opeens geroepen “Els! Merijn!”, het zijn de Nederlanders die we in Cappadocie tegenkwamen. Een gelukkig weerzien. Ze blijken in hetzelfde hotel te zitten, samen met 2 zwitsers die op de fiets zijn. Ook zijn ze 2 andere Nederlanders uit Utrecht tegengekomen die onderweg zijn naar India in een oude legerambulance.

De volgende dag gaan we met zijn 3-en de stad verkennen. Eerst komen we bij de Hakim-moskee, we worden door Thierry gewezen op een ketting die in de deuropening hangt. Veel moskeeen hebben dit en het is zo opgehangen dat je moet buigen voor Allah wanneer je de moskee betreed. Je moet er maar opkomen. We lopen door de bazaar en komen bij de Jameh-moskee. Een enorme moskee, met 20.000 m2 de grootste van Iran, waar 800 jaar aan islamitische architectuur vertegenwoordigd is. Behoorlijk indrukwekkend. Ik heb ondertussen flink last van mijn meniscusknie, alleen dit keer de buitenkant. Geen idee hoe dit opeens komt, maar er gaan al allerlei doemscenarios door mijn hoofd. Als dit aanhoud kan ik de reis niet afmaken denk ik. Maar dit is wellicht een te snelle conclusie, misschien komt het wel door de weersomslag. Het is hier een stuk kouder dan we gewend zijn en er hangt regen in de lucht. Mooi moment dus om eens even lekker te gaan zitten op het binnenplein van de moskee om alles in me op te nemen, terwijl ik word aangegrijnsd door enorme mozaikportretten van Khomeini en Khameini.

Na een flinke wandeling langs meer bazaar, een enorme minaret en een mausoleum komen we op het bekende Imam-square. Dit plein, twee keer zo groot als het Rode plein in Moskou, is denk ik dé toeristenattractie van Iran. Niet alleen door zijn grootte, met park en fonteinen, maar vooral door de gebouwen die het plein domineren. Een voormalig paleis vanwaar Shah Abbas en zijn vrienden polo wedstrijden op het plein konden kijken, de enorme, blauwe Imam-moskee en de roze, Sheik Lofallah moskee. Het is inderdaad prachtig en overweldigend. Het begint al te schemeren en door de verlichting is het plaatje nog mooier. Op het plein komen we de mensen uit Utrecht tegen. Zij mogen de bus straks het plein oprijden en hier overnachten! Ze hebben een Iraans-Amerikaanse toerist bij zich die vanaf Teheran met hen mee is gereisd. Na wat geklets besluiten we samen te gaan eten en wat een toeval, daar zijn de andere Nederlanders en de Zwitsers zodat we met z’n tienen uiteindelijk aan tafel zitten. Gezellig!

De volgende ochtend hebben we wat motordingen te doen die in een parking staan en ja hoor, er staan er 2 bij. De Ieren zijn gearriveerd. Neil heeft een Triumph Tiger omgebouwd tot een diesel met behulp van een Smart automotor. Een project van drie jaar, maar hij kan nu wel heel Iran door voor 2 euro!! De rest van de dag bezoeken we het paleis en de moskeeen op het plein en ’s avonds zitten we gezellig met de Ieren in het hotel. Zij gaan de woestijn in bij Yazd, de Nederlanders gaan naar India en wij besluiten door de Zagros mountains naar Shiraz te rijden.

We vertrekken vroeg en het blijkt een goede keuze. Het weer is prima, niet te koud en de bergen zijn fantastisch. We komen een aantal keer nomaden tegen. Van oudsher zijn de Iraniers nomaden en er zijn nog steeds een boel volken die nog steeds zo leven. De vrouwen dragen glinsterende, kleurrijke jurken en hoofddoeken, de mannen hebben een wijde pofbroek aan en een vilten mutsje. We komen een hele familie tegen die hun hele hebben en houden met zich meedragen, vergezeld door hun dieren. Schapen, geiten en zelfs kippen die zich staande proberen te houden op de ezels. Het lijken de Bremer stadmuzikanten wel. De weg slingert zich door kale, bruine bergen en adembenemende vergezichten met zelfs enkele besneeuwde toppen. Wanner we stoppen op een kruising komt er een oud mannetje met een wandelstok aangelopen. Het is niet echt duidelijk wat hij wil, maar dat verandert als hij bij Merijn achterop begint te klimmen. Een lifter. We nemen hem mee naar het volgende dorp, maar het blijft onduidelijk of hij hier moet zijn. Ook de mensen van het dorp begrijpen hem niet. Waarschijnlijk is deze meneer behoorlijk dement en we zetten hem weer af op de kruising waar we hem gevonden hebben.

We kamperen aan de rand van een dorpje, waar we toestemming van de landeigenaar hebben gevraagd. Hij heeft liever dat we bij hem komen eten en slapen en met handen en voeten proberen we uit te leggen dat we graag kamperen. Hij houdt ons gezelschap en klimt dan de berg op naar zijn huis. Als we gegeten hebben komt hij weer terug om ons brood te brengen en nogmaals te overtuigen dat we bij hem kunnen slapen. We genieten van de sterrenhemel en een heerlijk kopje chai-thee van Thierry. De oude man drinkt een kopje mee, maar volgens mij vind hij het niet echt lekker want we hebben geen suiker…

De volgende ochtend is hij er alweer. Er komt nog een ander, nog ouder mannetje bij die voorovergebogen op een stok wankelt. Communicatie is helaas niet echt mogelijk, meer dan een kopje koffie aanbieden zit er niet in. Het oude mannetje warmt zijn handen aan het kooktoestel en valt bijna om van de sigaret die hij van Merijn gekregen heeft. Beiden zien er erg arm uit en we geven hen wat geld dat dankbaar in ontvangst genomen wordt (heel raar voor Iraanse begrippen).

Als wij ons kampementje opbreken klimmen zij bijzonder kwiek de berg weer op.

De omgeving en de weg zijn deze dag nog mooier en we vergapen ons aan het landschap.

Shiraz

Tegen de avond rijden we Shiraz binnen. Ook hier is het verkeer weer verschrikkelijk en alles staat helemaal vast. Het is het vaste ritueel: Hello! Where you from? I love your country! Uit één auto roept een van de jongens voorin, zelfs: I love you!, waarop ik zeg: I’m a girl! En wijs op mijn rokje. Dan klinkt er een vrouwenkoor vanaf de achterbank: Good girl! Good girl!

Ook het zoeken van het hotel heeft weer wat voeten in aarde, maar er komt weer hulp. Een man op een motortje gaat voor ons op zoek, terwijl wij wachten. En ja hoor, even later kunnen we hem volgen naar het Zand hotel, waar we onze motors op de binnenplaats kunnen parkeren. Mohammad is leraar Engels en wil ons morgen wel om 12 uur ophalen en een rondleiding door de stad te geven, die bekend staat om haar nachtegalen, poëzie en (in lang vervlogen tijd) wijn.

Een aardig aanbod, dus de volgende dag brengt hij ons naar Aramgah-e shah-e Cheragh, een mausoleum dat we graag wilden bezoeken, omdat een Amerikaan die we eerder tegenkwamen had verteld dat het ‘mindblowing’ was. Ik krijg weer een dekbedovertrek bij de ingang waar ik me in moet verhullen en we kunnen naar binnen. Na een inleidend verhaal door de ‘translator’ die het verschil tussen siiten en soenieten verklaard als een door de amerikanen en joden veroorzaakte splitsing mogen we naar de shrine zelf. Heel indrukwekkend, de hele ruimte is bedekt met miniscule spiegelmozaik, een werkelijk ‘schitterend’ effect. We lopen de hele dag met Mohammad door de stad terwijl hij mij zijn levensverhaal verteld. Hij is gescheiden van zijn vrouw omdat ze niet bij elkaar pasten en heeft een dochter van 16. Hij woont met een paar andere leraren in een school, waar ze geen huur betalen. Dat hebben ze afgedwongen omdat het salaris zo laag is en de levenskosten zo hoog. Het was eerst voor één jaar, maar hij zit er inmiddels al 6 jaar. Bekend verhaal 😉 en weer een bijzondere ontmoeting. Tegen de avond komen we bij Hafez tomb. Hafez is een van de meest geliefde dichters van Iran. Zijn gedichten gaan vooral over de liefde en wijn. Ontroerend om te zien hoe emotioneel en gevoelig de Iraniërs zijn. Er zijn veel paartjes in het park en mensen staan en zitten om zijn graftombe, terwijl ze elkaar voorlezen uit zijn werk. Het werk van Hafez wordt ook gebruikt om voorspellingen te doen. Mensen met levensvragen, vooral over liefde natuurlijk, openen het boek op een willekeurige bladzijde en proberen in zijn woorden een antwoord te vinden op hun vraag. Mohammad blijkt ook bijzonder geïnteresseerd in wijn, hij vraagt om tips hoe je het best zelf wijn kan maken….

Hij brengt ons terug naar het hotel en we bedanken hen voor de leuke dag. We willen hem wat geld geven voor de gedane moeite, maar dit wordt wederom resoluut geweigerd.

De volgende dag gaan we zonder bagage naar Persepolis, dat maar 50 km bij Shiraz vandaan ligt. We mogen de motoren parkeren bij de politie, lekker veilig. De ruïnes zelf vallen een beetje tegen, het is niet zo groot en het meeste is vernield door Alexander de Grote, waarschijnlijk als vergeldingsactie voor de eerdere brandstichting tijdens de verovering van Athene door de Perzen. In het museum zien we een dvd met een virtuele voorstelling van het groots en indrukwekkend het ooit geweest moet zijn. Dit helpt onze verbeelding flink op weg en we lopen met nieuwe ogen door het resterende gedeelte van het complex. Het perzische rijk, ooit het grootste ter wereld, strekkend van India tot Griekenland en Ethiopië, stond lokale culturen en religies toe. Het werd zelfs aangemoedigd, daar kunnen de huidige wereldheersers nog een puntje aan zuigen. Persepolis had vooral een ceremoniële functie, waar onderdanen uit het hele rijk hun geschenken aan de koning naartoe brachten.

Vanuit Shiraz rijden we door weer een prachtig berg- en woestijnlandschap naar Yazd. Met een tussenstop in Abarkuh, waar we een 4000 jaar oude cipres bekijken. In Yazd kamperen we op het dak van het Silk Road Hotel, waar we weer veel van de eerder ontmoette toeristen tegenkomen. We besluiten verder te reizen met de Ieren en de Nederlanders met de legerambulance. Informatie over Pakistan komt langzaam binnendruppelen en gelukkig zijn de berichten in het algemeen positief.

In Yazd, een echte woestijnstad met lemen huizen, windtorens en ingenieuze waterkanalen, blijven we 2 dagen. Lekker relaxen, bijkletsen, aan de motors kloemelen en een beetje door de stad ronddolen. Morgen vertrekken we met zijn zevenen naar Kerman waar we misschien nog de woestijn in gaan voor een dag. En dan wordt het doorknallen naar Pakistan, waar koud bier op ons wacht!

Tot de volgende keer, veel liefs en groeten

Els en Merijn

Motors en moskeeën

Ja, nu zıjn we al ın Istanbul, wat gaat het snel! Bıj de grens van Turkıje kreeg ık toch wel krıebels ın mıjn buık. Ongelooflıjk, dat hebben we toch maar mooı gedaan en eıgenlıjk ıs alles tot nu toe vrıj makkelıjk gegaan. We zıjn ın Azië!
Het verschil met het Europese deel van de stad ıs nıet echt te zıen. Het ıs meer de symbolıek, om op dıe brug over de Bosporus te staan tussen 2 contınenten ın. Het verschıl van Istanbul en Turkıje ın het algemeen met de rest van Europa ıs wel goed te zıen. En dan om zo’n stad ın te rıjden van 15 mıljoen ınwoners met alleen een adres dat we nıet op de GPS-kaart kunnen vınden en een papıeren kaart hebben we ook al nıet. Uren hebben we rondgereden ın deze chaotısche stad. Met 15 mıljoen mensen zıjn er wel een hoop dıe je wat kunt vragen gelukkıg. Alleen ıs er dan een taalprobleem, alhoewel mensen wederom bıjzonder hulpvaardıg zıjn. Volgens de eerste was het heel gemakkelıjk, even hıer omhoog, dan omlaag en naar lınks. Poeheı, dat was weer een hele nıeuwe motorervarıng! Hellıngen van zeker 45 graden omhoog en omlaag Een hellıngproef heb ık tıjdens de motorrıjlessen nooıt gehad. Snel maar even tanken, want het lıjkt me geen pretje op zo’n hellıng even over te schakelen op reserve….
Het hostel dat we op het oog hadden was helaas volgeboekt, maar 200 meter verder ıs wel plek en we parkeren de motors voor de deur. We zıtten ın een dormıtory room met 3 Limburgers dıe zıjn komen ınterrailen. Ze kıjken hun ogen uıt als ze horen dat we op de motor zıjn en hun mond valt nog verder open als ze horen wat onze verdere plannen zıjn.
Nadat we de spullen ın de kamer hebben gezet en een beetje zıjn bıjgekomen zıjn we de stad ıngelopen. De brug over de Bosporus ıs ongeveer om de hoek. Aan de overkant staan een aantal ımposante moskeeën uıt de Ottomaanse tıjd en er staan een hoop vıssers, jong en oud, te hengelen ın het zwarte water van de Bosporus dat vol zıt met kwallen. We zıjn de grote bazaar opgelopen waar van alles aangeboden wordt, vooral kruıden en zoetigheid als Turks fruıt vullen de marktkraampjes. Ik ben op zoek naar een bıjna-alles-verhullend kledıngstuk dat ık straks ın Iran ook kan dragen. Ik kom helaas nıet verder dan de tradıtıonele “jas” of een vest van wol of synthetısche troep wat me erg warm lıjkt. Ik geef mezelf nog een paar dagen tıjd…
De volgende ochtend gaan we op zoek naar motorwınkels om nıeuwe kettıngen en tandwıelen te kopen, omdat we dıe waarschıjnlıjk tot Thaıland nıet meer kunnen vınden. We komen een aantal wınkels tegen en doen wat navraag. Het moet wel lukken om ze bınnen 1 of 2 dagen te hebben. De rest van de dag lopen we rond en bezoeken de Blauwe moskee en de Aya Sofıa.
In dıe volgorde en dat ıs maar goed ook, want de Blauwe moskee valt een beetje ın het nıet bıj de hıstorıe en grootsheıd dıe de Aya Sofıa uıtademt. Wat een gebouw! Echt ındrukwekkend. Het ıs ın de 4de eeuw gebouwd door de Romeınen toen deze de hoofdstad van Rome naar Constantınopel verhuısden. De marmeren vloeren zıjn door de eeuwen heen helemaal uıtgesleten. Nadat het eerst een kerk was, ıs het later een moskee geworden en door Atatürk omgedoopt tot museum. Kıjken hoelang het zo blıjft. Wıj hebben ons er ın ıeder geval flınk aan vergaapt.

O ja en de benzıne ıs hıer schreeuwend duur. Nıet meer zeuren ın Nederland, hıer betaal je bıjna 2 euro per lıter!

 

Els

Malaka!

Al een tijdje niets laten horen maar toch weer heel wat beleefd gelukkig. Vanaf Bulgarije waren we toch alweer heel snel in Griekenland. Eigenlijk wilden we er nog een nachtje doorbrengen maar daar was de grens alweer. Je moet jezelf echt aanleren om te draaien als je wat leuks ziet anders scheur je er alweer voorbij. Even van de weg kwamen we een restaurantje tegen waar we in de tuin mochten slapen. De volgende dag naar Thessaloníki, echt een drukke stad. Volledig bezweet en voor het eerst zonder navigatie duurde het een uurtje of twee voordat we het kraakpand vonden. Het pand is al zo’n 6 jaar gekraakt, een oude ommuurde kledingfabriek opgeheven eind jaren 60 en sindsdien in handen van het weer, de honden en de straatjeugd. 20.000 m2, alles stuk maar oh zo romantisch. Sinds 6 jaar nu bewoond door anarchisten die er enthousiast aan de gang zijn er een sociale plek van te maken. Bieb, café, concerten, weggeefwinkel, vergaderplek, sportzaal, en nog zo’n 18000 m2 over voor overige ideeën. We voelden ons al snel thuis en op ons gemak. Beiden hebben we veel geschiedenis in vergelijkbare kringen in Nederland. ’s Avonds op bezoek in een ander kraakpand. Een leeg hotel waar een groep Israëlisch rappers stond op te treden en een stuk of 50 jongeren van lauw bier genoten. Daarna nog verder de stad in kwamen we terecht op het universiteitsterrein waar een benefietfeest gegeven werd in de openlucht. Van enige organisatie was geen sprake. Een flink aantal boxen, een stapel bier en een enorme hoeveelheid mensen. Echt leuk om al die mensen te zien. Straal bezopen naar huis gewaggeld onder het toeziend oog van een enorme hoop van onze blauwe ‘vrienden’.
De volgende dag kwamen we erachter dat het niet allemaal zoals thuis is. Eind 2008 is een van deze jongeren door de politie doodgeschoten. Er is een enorme onderlinge verbetenheid. Repressie en acties zijn geen kattenpis. Veel van hun vrienden in de bak en 18 maanden in voorarrest is geen uitzondering.
’s Avonds zaten er ineens 2 hooligans in de woonkamer. Over het hek geklommen, echt twee vechters, wat een lefgasten. Niet leuk omdat er een aantal maanden geleden al een knokploeg van twintig van dat soort tiepjes de boel in de fik probeerden te steken. Het was voor ons alweer een tijdje geleden dat we dat gevoel hadden en waren blij met de serieuze reactie van de mensen om ons heen. Je ziet dat je niet alleen bij het wildkamperen je oren moet openhouden…
Maandag namen we afscheid en dankten onze vrienden voor hun gastvrijheid. We waren weer onderweg. Noord Griekenland met haar lege wegen. Eindelijk is Els een keer onderuit gegaan tijdens een klein offroad avontuurtje. We kunnen er niets van… maar meer dan een kapotte spiegel geen problemen. Na een nacht aan zee met een enorme berg muggen en vlooien, ik dacht dat Els de lekkerste van ons twee was…, zagen we de volgende dag een enorme rode vlag wapperen, de Turkse grens…

Bulgarije rije

Leuk om te zien dat we zo veel volgers hebben!! Inclusief onze nieuwe Duitse vrienden. We hebben gisteren een prachtrit gemaakt door de zuidelijke Karpaten in Roemenië. Een echte spaghettiweg met schitterende uitzichten. Tot nog toe hadden we, ondanks de verhalen, best goede wegen gehad in Roemenië. Aan de andere kant van de bergketen werd dit echter anders. Flink veel gaten en geulen in de weg en twee keer doken we een soort rioolbuis in, een lekkende tunnel dus waar je geen hand voor ogen zag! Toch was het heerlijk rijden. Bovendien is ons nieuwe motto, “wen er maar aan”, want we zullen nog wel erger meemaken. De ergste regen hebben we hopelijk wel gehad. Nadat we de bergen zijn doorgestoken is het zonnig en 30 tot 35 graden. Dat is wel andere koek! Het Roemenië achter de bergen zag er trouwens weer heel anders uit. Een soort tropisch Roemenië, met nog veel meer paarden met karren op de weg waarin het gras plaats gemaakt heeft voor gedroogde maisbladeren. De huizen staan wat meer van de weg af met een stukje grond waarop ieder een eigen hooibaal voor het paard heeft. Je komt van alles tegen op de weg. Mensen met een koe aan een touw, ganzen, schaapskuddes, vrouwtjes met een klein karretje met een gasfles erop, verzin het maar. De mensen zijn gebruind door de zon en gehard door de winter. Tegen de avond zijn we inmiddels weer in een heel ander landschap aangekomen. Plat en kaal en weer op de grote weg. Bijna onmogelijk een slaapplek te vinden. We worden naar een camping gestuurd die we wel gevonden hebben, maar het bleek een vergane glorie vakantieparadijs te zijn. De eigenaar houdt niet van kamperen dus worden we weggestuurd….
Van de hoofdweg af en bijna donker, vragen we teneinde raad maar bij een wegrestaurantje of ze een camping weten of anders een stukje grond over hebben. Ik blijk hier met Spaans uit de voeten te kunnen en de eigenaresse biedt ons spontaan haar eigen kamer aan. Als we het tenminste niet erg vinden dat er straks mensen zijn die graag dronken worden en de muziek wat harder gaat…… tuurlijk niet, we zijn allang blij!

Nog een laatste keer over de Donau met een veerpont en we zijn in Bulgarije. Het is weer heel anders hier. Goed te merken dat de Russische invloed hier zo groot was. Buiten de algemene sfeer is er ook cyrillisch schrift dus we zijn weer gehandicapt. En als je dacht dat de weg in Roemenië slecht was….hier hebben we het eerste stuk kuilen waar je hele voorwiel inpast.
Gelukkig wordt het later beter. De steden die we zien zijn ongelooflijk lelijk. Bizar, we rijden naar een stad in de bergen en dan zie je dus een prachtig natuurtafereeltje met de meest lelijke flats op de voorgrond. Jammer toch dat foto’s maken op de motor zo lastig is. Bovendien moet ik ook nog op de weg letten. De natuur is prachtig en we rijden een gigantische kloof in waar we een prachtig wildkampeerplekje vinden bij wat verlaten gebouwen, bizar maar leuk. Vandaag zijn we dus naar Sofia gereden en we gaan zo de stad es bekijken, ondertussen denk ik steeds “ik zou ook in Rusland kunnen zijn”, grappig. Ander nieuw motto:” waar zijn we nu weer???”

Roemenië

Zo, weer eens een plekje gevonden met internet. We zitten nu in Carta vlak bij Sibiu in Transsylvanië. Sinds Boedapest zijn we dus alweer een stukje verder. Nog maar 38000 km of zoiets…
Volgens mij hebben we de regen achter ons gelaten. Een paar dagen lang in de regen rijden haalt de pret er toch wel een beetje uit. Roemenië bevalt heel goed. Veel kleine dorpjes met paard en wagen, veel kleurrijke huizen, zwerfhonden en grote vrachtwagens. Morgen trekken we de bergen door naar het zuiden. Dan zijn we vlak bij Bulgarije waarvandaan we richting Thessaloníki gaan. Op bezoek bij een vriend die daar in een gekraakte fabriek woont. Vast erg interessant gezien de recente geschiedenis daar. We doen het nu even langzaam aan, de laatste dagen schoot het lekker op maar je bevind je dan in de wereld van de truckers, gassen, snacken en doorgassen. Beetje veel uitlaatgas binnen gekregen. Met ons gaat het best wel goed, langzaam wennen zonder dikke matras, maar een lek matje – nogal wat pijntjes van het motorrijden en vooral erg wennen aan niets doen. Tijdens het rijden zit je toch ineens alleen in je helm, veel tijd om na te denken en dat is best wel wennen. De eerste drie dagen hetzelfde liedje in mijn hoofd gehad – Sade. Maar bovenal is het genieten. Iedere dag weer wat nieuws in de horizon te hebben. Nou tot schrijfs! Het beste allemaal merijn

Het was inderdaad wel wennen om uit de drukte van het dagelijks leven in Amsterdam op reis te zijn en alleen maar te denken waar je heen wilt, wat je gaat eten en waar je gaat slapen. In het begin hadden we dan ook flink de vaart erin. Duitsland doorgescheurd over de autobahn, ein abend in Wien met gratis Opera in de buitenlucht en de protserige gebouwen van het Habsburgse rijk. De Donau volgend kwamen we in Budapest, een stad die veel gelijkenis vertoond met Wenen, maar toch ook weer heel anders is, met een eigen karakter, oud naast nieuw en een leuke alternatieve scene die terug te vinden is in de zogenaamde “alternatieve cafés” in de oude stad, die ons veel aan de kraakscene thuis doen denken. We ontmoeten leuke mensen onderweg, zoals een Zuid-Koreaans stel die ook op wereldreis zijn en net uit Azië komen. Ze vonden ons zo zielig in ons kleine tentje dat ze ons tot drie keer toe hun extra tent aanboden. In Budapest op de camping een leuke avond doorgebracht met Ilona en Andreas uit Berlijn, die in plaats van op de motor toch maar met hun woon Mobil op weg zijn, wat trouwens niet zo’n slecht idee bleek met al die regen.
De Donau stroomt nog even verder in Roemenië en ook hier is in het begin de Habsburgse invloed nog te zien. Toch is Roemenië echt anders. De mensen zijn wat donkerder van huidskleur en het plattelandsleven lijkt hier nog steeds te overheersen. Zo kleurrijk als de dorpjes zijn, zo grauw met lelijke betonnen flats zijn de steden. Onderweg komen we een hoop industriële grootheidswaanzin tegen waarvan er velen uit gebruik geraakt zijn. Wat er overblijft zijn enorme betonnen skeletten. De mensen zijn superaardig en hulpvaardig alhoewel de communicatie vaak moeilijk is. Alhoewel, in Hongarije konden we echt niets verstaan en ook nauwelijks iets herkenbaars lezen. Hier zijn er woorden herkenbaar uit het Spaans/Italiaans en sommige mensen spreken nog Duits. Dit heeft al wat hilarische momenten opgeleverd. Er zijn een boel verschillende bouwstijlen, van lelijke betonnen flats dus, tot kleurrijke huisjes, oude kastelen uit de 12de eeuw, maar ook de nieuwe rijken bouwen flink aan hun eigen kasteeltjes. Ook de kerken verschillen nogal, van saaie orthodox betonnen kerken, tot kerkjes met blikken zilveren daken en torenspitsen van hout. Kortom, er is genoeg te zien. En dat alles in een mooi groen landschap met heuvels en bergen.
Het motorrijden gaat prima, met ons en de motors ook en we zijn erg blij met de spullen die we bij ons hebben. Tot nog toe lijken we alles bij ons te hebben en ook vrijwel niets teveel. Een lange voorbereiding is dus toch de moeite waard.

Fahren fahren fahren auf die autobahn

Eindelijk dan een berichtje van ons. Het is verdomd moeilijk internet te vinden in Europa, waar iedereen thuis ongelimiteerd toegang tot internet heeft. We zijn dus vertrokken op 1 september, de dag nadat Els haar diploma opgehaald heeft. Na een omweg via Arnhem en Limburg zijn we de Duitse autobahn opgeknald en doorgereden tot voorbij Frankfurt. Hier hebben we een slaapplekje gevonden in een weiland naast een feesttent waar het wereldkampioenschap “Fingerhakeln” overmorgen plaatsvind. Echt leuk! Enthousiaste mensen die graag willen dat we blijven om het mee te maken. Het is een soort armpje drukken, maar dan met ineen gehaakte vingers trekken zeg maar. En dat in lederhose! Alhoewel we graag zouden zijn gebleven, willen we natuurlijk ook wel graag weer op pad om ons echte avonturiers te voelen. De tweede dag rijden we naar Oostenrijk, maar de Garmin stuurt ons richting Tsjechië. We komen er pas na zo’n 100 km achter dat we weer naar het noorden rijden. Nou ja, prachtig stukje in Tsjechië rijden, wild kamperen in een bosje bij een meertje waar we twee hertjes tegenkomen die een paar meter bij ons vandaan blijven staan.
Daarna rijden we naar Wenen, mooie stad en het zonnetje schijnt. Inmiddels zijn we na een dag in de regen rijden alweer in Budapest, op zoek naar de zon. Op een grappige camping in een oud tramstationnetje sinds 1840. Als het morgen mooi weer is gaan we de stad verkennen. Met de motors is alles goed, het rijden gaat steeds beter en we raken al vergroeid in het zadel. We voelen ons al een beetje echte avonturiers, zeker nu we in een land zijn waar we niemand meer verstaan, niets kunnen lezen en ze raar geld hebben.

Hoe het begon…

…….November 2008: we zitten in een kroeg in Valkenburg te genieten van een welverdiend biertje na een etappe van het Pieterpad in de sneeuw. Al kletsend en dromend van een lange motorreis bedenken we dat het wel leuk zou zijn om naar Bert, een vriend in Thailand te rijden. We houden van reizen, maar het is ook leuk als je een doel voor ogen hebt.

Wat begint als een leuk grapje in de kroeg wordt serieus….

Waarom niet? Tijdens de eerste voorbereidingen hoe dit vorm moet krijgen, komen we erachter dat we met de motors zullen moeten vliegen van India of Nepal naar Thailand. Birma is geen optie (praktisch en moreel) en China te duur, als je met eigen vervoer wil.

Tja, en als je al die moeite dan doet om naar Thailand te gaan kun je net zo goed doorrijden!

Na ruim twee jaar voorbereiden en sparen gaat het nu dan eindelijk gebeuren! Als Els haar diploma heeft opgehaald eind augustus is er niets dat ons nog tegenhoud. We hebben er zin in. Het duurt bijna te lang voor we kunnen gaan. Als je gaat nadenken welke sokken je moet meenemen is het echt tijd om te gaan…..

Een goed begin

Woensdag 26 mei word mijn motor voor de deur gestolen! Wat een K⽀Ntzooi. Helemaal geen tijd voor want ik moet me concentreren op mijn afstudeerscriptie. Over dik twee weken moet alles af zijn, stresssss. Velen leven met me mee: vrienden, familie en medemotorrijders op diverse fora waar ik een berichtje heb achtergelaten. Dat doet me wel goed, ik vind het ontroerend.
Natuurlijk ben ik, ondanks dat ik en Anne er vanuit gingen dat hij binnen 2 weken gevonden zou worden, op zoek gegaan naar een nieuwe motor. Ik had al 3 ‘kijk’-afspraken staan deze week, waarin ik maandag mijn eindgesprek op school en dinsdag een beoordelingsgesprek over de afstudeerscriptie op mijn werk heb.
En jawel, ongelooflijk! Dinsdagochtend 15 juni ben ik op mijn werk en staat de politie op mijn voicemail, motor gevonden!!!!! Mijn dag kan niet meer stuk! Merijn heeft hem samen met Reinier opgehaald bij de politie en naar de garage gebracht. Alleen het contactslot is stuk en de rechterspiegel mist. Net opgehaald, stukkie gaan rijden en spiegeltje opgehaald in Zaandam. Hij rijdt als een zonnetje, tis net alsof tie nooit is weggeweest!
Anyway, ik ben inmiddels afgestudeerd en we kunnen weer verder bij waar we gebleven waren!!! Eerst nog wat sfeer opsnuiven op de HUBB-meeting in Ripley en dan op naar Australie!

Els

Bijna weg

Na een maand van voorbereiden, motors pimpen, visas aanvragen, afscheid nemen en feesten in een achtbaan van emoties zijn we nu bijna klaar om te vertrekken.
Het was bijna te lang, ik heb al last van voorheimwee gehad. Dat zijn de bijkomende (eigen)aardigheden van het ondernemen van zo’n reis. Het doet je beseffen wat je allemaal hebt, zoals een hele berg goede vrienden, lieve familie, leuke collega’s en het wonen in een fantastische stad. Altijd fijn om ook iets in het vooruitzicht te hebben om naar terug te keren. Maar eerst gaan we een flink stuk van de rest van de wereld bewonderen!
Kamer en koffers zijn ingepakt. We zijn net tot de conclusie gekomen dat alles makkelijk past. Beiden hebben we 2 koffers van 14 kilo, inclusief koffers!
Allebei een rolletje met slaapzak, matje en tent en Merijn heeft nog een lege topkoffer, bedoeld om snel kleren in te stoppen of boodschappen in te doen.
Onze koffers zijn nog niet eens helemaal vol. Dus heb ik ruimte voor een extra BH en een rokje…..
Morgen diploma uitreiking en dan vertrekken we woensdag 1 september, ergens in de middag, want we moeten nog even wachten op een onderdeeltje dat besteld is bij de Honda dealer.
En nu maar hopen dat het dan eindelijk eens ophoud met regenen!